Archief

Archive for the ‘Leven en werken’ Category

Beter worden

28 april 2013 Plaats een reactie

Wat mij opvalt is hoe onhandig mensen eigenlijk zijn als het gaat om ziekte en pijn. We zitten vol met beelden, oordelen, verwachtingen en opvattingen. Laatst hoorde ik een vrouw met een stellige vastberadenheid zeggen dat als iemand echt pijn heeft, dit te zien is in het gezicht. Pijn tekent het gezicht, punt uit. Maar wat als pijn – zoals in mijn geval – niet ondraaglijk is en niet af te lezen is op het gezicht: wordt de pijn dan in twijfel getrokken of genegeerd?

Onrealistische zoektocht

Mensen kunnen zo stellig zijn, zeker als het over iets ongrijpbaars als (chronische) pijn gaat. Waarom eigenlijk? Ik denk dat het een houvast biedt. Iets wat voor ieder mens bedreigend is – terugkerende pijnen – plaatsen we onbewust in vaste denkkaders en reactiepatronen. Dat geeft een soort zekerheid.

Omgaan met ziekte en pijn bij onszelf en anderen kunnen we eigenlijk alleen maar als we (denken te) weten dat het ook weer over gaat of op zijn minst goed beheersbaar is. Beter worden, daar gaat het om. En beter worden is de afwezigheid van pijnsymptomen, ziekte en fysieke beperkingen. Dus zijn veel mensen met (chronische) pijn altijd bezig met zoektochten naar beter worden: helaas ook vaak onrealistische zoektochten.

Negeren en ontwijken

Ziekte en (chronische) pijn aanvaarden is een persoonlijk proces en niet eenvoudig. Het is steeds weer opnieuw vallen en opstaan. En als je uiteindelijk een vorm hebt gevonden, kan het maar zo zijn dat een deel van de omgeving daar niet goed raad mee weet. Niet meer knokken, zoveel mogelijk genieten, levenslustig en vrolijk zijn: het oogst waardering. Maar ik denk dat er ook iets anders gebeurt: mensen kunnen zich er minder makkelijk mee identificeren. Onze samenleving is doordrenkt met vechten tegen, weerstand bieden aan en uitgaan van de maakbaarheid van het leven. Stoppen met vechten en proberen te aanvaarden zoals het is roept bij mensen – diep van binnen en onuitgesproken – soms ook onrust, twijfel of ongeloof op. En dat resulteert – vaak onbedoeld en onbewust – in (vlagen van) negerend, ontwijkend of onhandig gedrag. De ene keer heb ik daar begrip voor, de andere keer word ik er door geraakt: voel me gekwetst, onbegrepen en eenzaam.

Actief in het leven

Aanvaarden heeft niets te maken met passief alles over je heen laten komen. Juist de constante zoektocht binnen de gezondheidszorg en de bijna eisende houding van mensen die ‘beter gemaakt willen worden’ betekent veelal ook de verantwoordelijkheid voor eigen welzijn niet echt nemen. Het resulteert uiteindelijk maar al te vaak in passief op genezing wachten. En dan gaat de kwaliteit van leven met sprongen achteruit. In tegenstelling tot wanneer je je aanpast aan de pijn en belemmeringen en binnen de grenzen van je mogelijkheden een actief leven leidt.

Mens-zijn

Door mijn scoliose in combinatie met mijn beschadigde bekkenbodem (langdurige CPPS) kan mijn lichaam niet ‘beter worden’. Wel kan ik een meer gezonde en hele relatie ervaren tussen lichaam en geest, mijzelf en de wereld. Mindfulness helpt mij daarbij. In het boek ‘Aandacht voor pijn’ van Vidyamala Burch, schrijft zij over Matthew Sandford, die op zijn 13e vanaf zijn borst verlamd is geraakt en desondanks yoga-leraar is geworden. Hij zegt: “Er zijn heel veel mogelijkheden voor beter worden binnen de relatie van geest en lichaam. Er is een andere vorm van beter worden dan die van weer kunnen lopen.” Vidyamala Burch, die zelf in een rolstoel zit en leeft met chronische pijn, noemt het ‘beter worden tot het mens-zijn’. Dat is de sleutel voor meer levensgeluk en innerlijke vrede met jezelf en je omstandigheden. En voor minder pijnbeleving.

Advertenties

Volledig arbeidsongeschikt, niet duurzaam

28 december 2012 Plaats een reactie

Na 2 jaar ziektewet volgt onherroepelijk keuring bij het UWV. Afgelopen maand was het voor mij dan zover. Ik had mij goed voorbereid, ook omdat ik er rekening mee hield dat de keuringsarts niet bekend zou zijn met de aandoening CPPS (overactieve bekkenbodem). Naast mijn medisch dossier met o.a. verslagen van het revalidatieprogramma bij de St. Maartenskliniek en mijn bekkenfysiotherapeut, had ik zelf een medisch overzicht opgesteld en alle gesprekspunten uitgeschreven die m.i. aan bod moesten komen.

Zakelijk en professioneel

De UWV-arts had een zakelijke, professioneel ‘afstandelijke’ houding. Hij luisterde goed, stelde kritische vragen en was duidelijk bezig met het doorgronden van mijn persoon en mijn aandoening (voor hem inderdaad een onbekend fenomeen). Dit soort gesprekken vallen bij mij in de categorie ‘doel- en taakgericht’, dus dat betekende – zoals ik heb geleerd tijdens mijn revalidatie – het klokje op mijn Iphone instellen op 15 minuten en daarna staand, leunend tegen de muur, het gesprek voortzetten. Gedurende het gesprek kreeg ik natuurlijk meer pijn, maar kon dat redelijk goed hanteren. Het is voor mij ook al lang geen punt meer om op een gegeven moment gehurkt verder te praten of staand draaiende heupbewegingen te maken. Dat geeft verlichting in de bekkenbodem en in de onderrugspieren.

Een momentum

Aan het eind van het ruim een uur durende gesprek oordeelde de arts als volgt: volledig arbeidsongeschikt, maar niet duurzaam. Dat betekent dat ik een loongerelateerde WGA- uitkering (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten) krijg. Hij concludeerde dat ik nu helemaal niet kan werken, maar in de toekomst misschien / waarschijnlijk wel weer gedeeltelijk. Ik ben het volledig eens met zijn oordeel. Door het pad dat ik ben ingeslagen, hoop ik op de lange duur op wat meer verbetering.

Ondanks dat de uitslag – die door de UWV-arbeidsdeskundige is overgenomen – voor mij goed is, hakt het er toch in. Arbeidsongeschikt, in de uitkeringsmolen terecht komen …. dat doet pijn. Het is zo’n momentum. Begin januari volgt een gesprek met mijn werkgever over de consequenties.

Achter pijn kijken

Niet lang nadat dit alles bekend was begon mijn 6-daagse stilteretraite. De timing was niet verkeerd en het was opnieuw een hele positieve ervaring. Niet probleemloos: regelmatig last van pijnen, maar ik kon er mee omgaan. De begeleider is mijn supervisor en docent bij het IvM, het instituut waar ik de opleiding Trainer Mindfulness volg. Zijn dhamma-talks (2x per dag een theoretische en praktische meditatiebegeleiding) waren zeer inspirerend en doorspekt met humor.

Ik raak steeds meer in de ban van mindfulness, vipassana meditatie en Boeddhisme. Het is boeiend om te onderzoeken wat eigenlijk het leven zelf inhoudt. Door meditatie stel ik me meer open voor ongemak en pijn. Ik begrijp nu wat pijn, woede en angst is en herken hoe verzet daartegen voor veel meer ongemak zorgt. Het onderzoeken van lichamelijke en geestelijke pijn zoals het werkelijk is, werkt verzachtend. Ik ben pijn altijd zoveel mogelijk uit de weg gegaan, in die zin dat de hulptroepen (fysiotherapeuten, manueel therapeuten en masseurs) direct adequaat door mij werden ingezet. Het was een soort jongleur-act; altijd trachten de bal in de lucht te houden. Nu probeer ik ‘achter de pijn te kijken’. Ik citeer: “Pijn krijgt de functie van een strenge, doch liefdevolle leraar, die mij steeds weer aanspoort om voorbij mijn vasthouden te gaan, om dieper te onderzoeken, om dit moment te laten zijn voor wat het is en te observeren wat er in de volheid van het volgende moment zal ontstaan.”

Andere kijk op gezondheid (en werk)

11 november 2012 1 reactie

De afgelopen weken waren zwaar. In chronologische volgorde: Al langer last van darmen, diarree (past bij een overactieve bekkenbodem) – Moe en lamlendig (beginnende griep?) dus naar bed en uren slapen – Volgende dag pijn in rug, heup, benen (langer dan 7 uur in bed liggen zorgt altijd voor meer pijn) – Snij met scherp mes diep in de duim: ziekenhuis en hechtingen – Duim begint te ontsteken, dus antibiotica – Door antibiotica verergeren darmklachten – Na antibioticakuur houden darmklachten aan: pijn in heupen en onderrug neemt fors toe – Buikgriep volgt: hoofdpijn, aanvallen van misselijkheid en darmellende – Moest bed induiken – Dieptepunt bereikt: pijn in bekkenbodem sterk toegenomen, kan niet meer zonder pijn liggen, staan of zitten. Mijn hele lichaam doet pijn.

Centrale sensitisatie

De opluchting komt nadat ik op een nacht uit pure ellende 2 diazepam heb ingenomen. Diazepam zorgt voor ontspanning van spieren (het werkt verslavend, dus ik neem het eenmalig, zo nu en dan). De volgende dag ging het een stuk beter. De afgelopen dagen krabbel ik weer op en kan weer lachen!

Nog beduusd van zo’n diepe fysieke inzinking en tegelijkertijd zo’n snel herstel na één nacht bezoek ik mijn bekkenfysiotherapeut. Zij vertelde mij dat deze erge pijnen door mijn hele lichaam te maken hebben met chronische zenuwpijn. Mijn hele zenuwstelsel, het pijncentra in mijn hersenen is heel gevoelig geworden voor pijnprikkels. Het alarmsysteem in mijn hersenen is, zullen we maar zeggen, te gevoelig afgesteld. Daardoor kan een simpel griepje grote gevolgen hebben in mijn lichaam. Door de diazepam in te nemen is mijn zenuwstelsel een beetje tot rust gebracht.

Levenshouding bepalen

Mijn gezondheid blijft kwetsbaar en labiel. Het ene moment voel ik dat mijn belastbaarheid toeneemt, het andere moment stort mijn lijf volledig in. Dat betekent ook steeds wisselende gedachten over wel of niet kunnen re-integreren in werk. Verwarrend en lastig te hanteren (en uit te leggen aan anderen). Wat mij door dit alles intrigeert is de enigszins filosofische vraag wat gezond zijn eigenlijk betekent in onze samenleving. Hierbij geïnspireerd door Annemarie Postma die in het boek ‘Zielsgezond’ haar andere kijk op gezondheid beschrijft. Is gezond zijn hetzelfde als de afwezigheid van ziekte en lichamelijke beperkingen?

Zij schrijft: “Bij elke kriebel in maag of geest rennen we naar de arts in plaats dat we bij lichamelijke klachten de rust en de tijd nemen om te kijken naar onze leef-, eet- en denkgewoonten. De arts zegt wat we ‘mankeren’ en van daaruit gaan we onze levenshouding bepalen: word ik slachtoffer en ga ik mijn omgeving manipuleren, zet ik het leven nu op de handrem of zie ik de ziekte of beperking als een uitnodiging om mezelf op een dieper niveau te ontmoeten en tot meer bewustzijn te komen? Velen gaan de zelfconfrontatie uit de weg en schuiven de verantwoording af op anderen die ons beter moeten gaan ‘maken’. Zo wordt er jaarlijks miljarden aan overheidsgeld gebruikt zodat we maar niet naar binnen hoeven te kijken, niets aan onze destructieve gewoonten hoeven te doen, we in de illusie kunnen blijven verkeren dat gezondheid iets is waar we recht op hebben en het lichaam een machine is die altijd wel weer van buitenaf gerepareerd kan worden.”

Risicomanagement

Helaas ervaar ik de laatste maanden – waarin de WIA-keuring steeds dichterbij komt – dat deze mechanische benadering ‘is ziek, moet beter’ nog veel overheerst. Ik wilde bv. graag – ondanks dat ik nog niet zover ben om te re-integreren – met mijn werkgever een gesprek over wat de eventuele mogelijkheden zijn op het moment dat ik weer een paar uurtjes zou kunnen werken. Dit gesprek wil hij echter pas voeren wanneer ik aangeef weer te kunnen re-integreren in werk, eerder niet. Deze benadering, staat haaks op mijn opvatting over hoe je een medewerker kunt ondersteunen op het wankele pad terug naar werk.

Ik begrijp overigens dat mijn situatie voor een werkgever lastig is. Terug naar mijn oude functie is onmogelijk en mijn huidige fysieke beperkingen zijn een forse belemmering. Ikzelf zie in principe wel mogelijkheden, maar daarvoor is ruimte, flexibiliteit, vertrouwen en misschien ook een beetje risicomanagement van de werkgever nodig. In deze tijd van bezuinigingen is dat misschien wat teveel gevraagd?

Geen slachtoffer

Alle papieren voor de WIA-keuring zijn de deur uit. Eind december is bekend of ik in aanmerking kom voor een uitkering. En wat daarna volgt? Ik weet het niet. De overtuiging van Annemarie Postma deel ik in ieder geval volledig: dat we toe zijn aan een kijk op ons lichaam die ons veel meer mogelijkheden biedt dan het denken in termen van ziek of gezond zijn. Binnen dit model kan het lichaam namelijk alleen maar falen.

Al langer geleden heb ik er voor gekozen om geen slachtoffer te zijn, wat er ook gebeurt. Ik vind mijn pad wel, met of zonder een m.i. passende uitkering, met of zonder werkgever.

Van vasthoudende naar loslatende wil

26 augustus 2012 1 reactie

Gelukkig heb ik de afgelopen week weer heerlijk ontspannen met ons hondje kunnen wandelen door het bos, naar een van mijn favoriete terrassen. Krant lezen, koffie drinken en weer terug. In mijn eentje intens genieten van ieder moment.

Het ging de laatste paar weken weer wat minder. Het is niet altijd makkelijk om te voelen waar de grens ligt, wat ik niet moet doen, ondanks dat ‘mijn handen jeuken’. Zowel op het terrein van werk als fysiek bewegen.

Dadendrang en wilskracht

De keuring voor WIA komt dichterbij. En ondanks dat ik nog niet kan werken, had ik in mijn hoofd dat ik over 1 à 2 maand wel weer een paar uurtjes in de week kan beginnen. In overleg met mijn werkgever wil ik dan beginnen te zoeken naar passend werk binnen of desnoods buiten ArtEZ. Los van of ik wel of niet gedeeltelijk word afgekeurd, wil ik zo graag – al is het maar voor een paar uur per week – blijven werken bij ‘onze’ kunsthogeschool. Ik heb genoeg capaciteiten en zie mezelf  functioneren in een coachende, begeleidende en/of docerende rol. De laatste weken heb ik mijn gedachten en handelen daarop gericht en zie nu in dat ik weer te hard van stapel ben gaan lopen.

Zo ook met sporten en bewegen. Het hardlopen op de lopende band ben ik binnen die 30 minuten gestaag aan het opbouwen: meer helling en een iets hoger tempo. Dat gaat prima. Dus besloot ik om te proberen buiten een kleine ronde te lopen. Tussendoor veel wandelen, niets forceren. Ik schrok van de eerste stappen die ik zette: hoe kwetsbaar en gevoelig voelden mijn benen, knieën en heupen. Maar ondanks het slakkentempo genoot ik van het ouderwetse, dynamische gevoel van binnen. Tegelijkertijd besefte ik dat de pijntjes die ik voelde mij wel erg bekend voor kwamen: dit voelde ik al jaren tijdens het hardlopen …

Door deze pijnen en stijfheid begon ik een aantal jaren geleden te twijfelen of ik wel moest blijven hardlopen. Ik ging voor controle van mijn scoliose in mijn rug naar het ziekenhuis. De 1e orthopeed suggereerde dat het misschien beter is voor mijn onderrug om minder gericht te zijn op soepel blijven. Door mijn rugwervels wat te laten ‘vastgroeien’ zou ik minder rugklachten hebben. Dit wilde ik niet horen, dus een second opinion aangevraagd. Gelukkig gaf de 2e orthopeed het antwoord dat ik wel wilde horen: voor jou is beweging belangrijk dus niet laten vastgroeien. Loop geen competitie, bepaal je eigen tempo en luister goed naar je eigen lichaam. Ik heb dus nog jaren hardgelopen, met dezelfde pijntjes en stijfheid. En nu besef ik dat ik misschien toch niet zo goed naar mijn lichaam heb geluisterd …

Te graag, te snel

Ik heb nu besloten om definitief mijn hardloopschoenen aan de wilgen te hangen. Dit ga ik mezelf niet meer aan doen. Waarom zou ik eigenlijk? Hardlopen op de lopende band is goed genoeg. Maar van binnen doet het pijn. En voelen dat ik ook over een langere tijd nog niet in staat ben om te werken, doet diep van binnen nog meer pijn.

Een paar dagen na mijn hardloopronde buiten heb ik puur op een impuls de lopende band in het sportcentrum iets harder gezet en in de laatste 3 minuten uitgeprobeerd wat mijn maximale tempo nu is. Het voelde wel een beetje zwaar, maar ik was voldaan! Maar dagen erna had ik weer behoorlijke pijn in mijn liezen en heupen. Die ouderwetse pijn die veroorzaakt wordt door een te hoge spierspanning in mijn bekkenbodem. Ik wil te graag … en ik wil te snel. Ik zet mijn wil geforceerd in en voel van binnen de druk om iets te doen. En zo ontstaat er innerlijke spanning die puur voortkomt uit het niet volledig loslaten en vertrouwen op mezelf, op de natuurlijke stroom.

Creëren, niet forceren

Mijn wilskracht en dadendrang: het heeft me gemaakt wie ik ben, me ver gebracht en tegelijkertijd genekt. Toch ben ik blij met deze twee eigenschappen. Ze anders inzetten misschien? Annemarie Postma inspireert mij in haar boek ‘Ziels Gezond’. Ze schrijft: “Veel dingen zijn niet naar onze hand te zetten. Soms gebeuren de dingen nu eenmaal gewoon en vaak kan onze persoonlijkheid het breder perspectief ervan nog niet doorgronden. Wat er op zo’n moment van ons gevraagd wordt, is onvoorwaardelijke aanvaarding en overgave. We hoeven geen afstand te doen van onze wil, maar onze manier van willen veranderen van een vasthoudende naar een loslatende. Als we merken dat onze vasthoudende wil ons niet leidt naar gezondheid, liefde, geluk en succes, dan geven we de teugels van onze wil over aan het universum. Creëren is namelijk iets heel anders dan forceren. Soms moeten we een beetje afstand nemen van onze wil en wensen om te kunnen zien en voelen wat het leven van ons wil. Aan het einde van de ‘maakbare weg’ ligt een weg die we maar gewoon hebben te gaan. (……..) Een weg voorbij de wil, maar wel onze werkelijke weg. Leren willen wat zich voordoet, in plaats van onze wil aan de realiteit op te dringen. Vaak denken we dat we zelf wel weten wat goed voor ons is, maar wat goed voor ons is en bij ons hoort is meestal precies datgene wat er in werkelijkheid plaats vindt.”

Overlevingsmechanisme

9 augustus 2012 3 reacties

Het intrekken van mijn staartbeentje – een van de twee belangrijkste oorzaken van mijn overactieve bekkenbodem (zie het bericht Schillen van de ui) – heeft rechtstreeks verband met een overlevingsmechanisme. Mijn manier van doen was sterk en flink zijn: zo kon ik ‘overleven’. Ik werd geprezen voor mijn inzet en mijn rol binnen ons gezin. Die waardering kon ik wel gebruiken in een omgeving met regelmatig onderhuids angst en spanning. In mijn doortastende rol brak ik de spanning een beetje. Zo hield ik mij staande.

Je persoonlijkheid wordt voor een groot deel bepaald door je opvoeding en de omgeving waarin je opgroeit. Je ontwikkelt manieren van doen waarmee je het in jouw omgeving redt. Manieren die misschien niet passen bij je waarachtigste zelf en die je onbewust hebt ontwikkeld om je kwetsbare ziel te beschermen. Maar betekent dit dan dat ik in de kern eigenlijk niet sterk en flink ben? Ben ik dan niet mijn authentieke zelf?

Masker af

Lisette Thooft schreef een prima artikel over jezelf zijn. Ze schrijft dat spiritueel leider Barry Long een onderscheid maakt tussen persoonlijkheid en karakter. Je karakter is je diepste wezen, je ware unieke aard. Daaroverheen zit je persoonlijkheid, het masker dat je hebt gevormd, de rol de je bent gaan spelen om je aan te passen. Leg dat masker af en je wordt authentiek. Dat onderscheid tussen persoonlijkheid en karakter maakt ook duidelijk dat je niet zomaar jezelf kunt laten gaan en dan beweren dat je authentiek bent. Thooft: “Die neiging hebben mensen wel eens: om gebrek aan zelfdiscipline of botheid te verdedigen met de claim dat ze gewoon zichzelf zijn. Maar dat alles hoort juist bij de persoonlijkheid, bij het pantser dat je bouwt als je als kind vaak gekwetst bent en op je ziel getrapt. Het maakt ook duidelijk dat er verschillende soorten van ‘goed’ zijn. Je kunt goed zijn als masker, als overlevingsmechanisme, uit angst voor straf of uit verlangen naar bevestiging en waardering van anderen. En je kunt ook goed zijn omdat je alle angst en alle verlangen naar erkenning van anderen hebt laten varen en in je ware zelf terecht gekomen bent.”

Authentieke zelf

Je kunt pas na een lange ontwikkelingsweg je ware zelf onthullen. En meestal is het een afbraakproces. En vergis je niet: “Het karakter dat overblijft is geen solide bouwwerk van psychische eigenschappen en gedragspatronen. Het is eerder een leegte.” Om jezelf te worden, authentiek te zijn, moet er niets bij, maar eerder iets af: de angst om niet goed genoeg te zijn voor anderen en verlangen naar goedkeuring. Het is een – soms pijnlijk – continue proces en ik durf niet te beweren dat mij dit zal lukken. Zo’n verlichte staat van zijn bereik ik vast niet voordat ik op mijn sterfbed lig. Lisette schrijft daarover: “Dan zit er niets anders op dan jezelf te accepteren zoals je bent, inclusief alle restjes onechtheid die je nog in je ziel hebt zitten. Hoe eerlijker je bent over je masker, hoe minder zwaar en dicht het wordt, hoe doorzichtiger voor jezelf en anderen.”

Schillen van de ui

27 juli 2012 2 reacties

Meestal sta ik ’s ochtends op met behoorlijke pijn in mijn heupen, billen en onderrug. Ik kan dan niet meer in bed blijven liggen. Ook mijn benen voelen stram en stijf. Pas nadat ik een tijd heb rond gescharreld en mijn lijfoefeningen heb gedaan begint het wat beter te worden. Sporten of een lange wandeling zorgt voor nog meer verlichting.

Ik vermoed dat ik ’s nachts mijn bekkenbodemspieren aanspan. Overdag concentreer ik mij de hele dag op het zoveel mogelijk ontspannen, maar ’s nachts trekken de spieren zich vanzelf weer samen in de oude ‘ vertrouwde’ houding. Daar is weinig aan te doen.

De pijn in mijn bekkenbodem centreert zich meer en meer aan de achterkant. Een vervelende scherpe pijn (ook door de triggerpoints) en verkrampingen, ondanks dagelijkse zelfhulp en de wekelijkse deskundige behandelingen van mijn bekkenfysiotherapeut. Ik voel nu ook dat in dit gebied de kern van mijn probleem zit. Hier is de verkramping in mijn bekkenbodem ooit begonnen. En door de jaren heen is het zich gaan verspreiden over het hele bekkenbodemgebied. De rest van mijn bekkenbodem lijkt zich nu redelijk goed te hebben hersteld. Ik heb bv. al een tijdje geen last meer van mijn blaas. Maar de achterkant is een ellende.

Tail between the legs

In mijn eerdere bericht ‘Angst en bekkenbodem’ heb ik verteld over de relatie die dr. Wise heeft gelegd tussen bekkenbodem en angst. Ik realiseer mij steeds meer dat er bij mij twee duidelijke oorzaken zijn te benoemen voor mijn overactieve bekkenbodem: de jarenlange overmatige aanspanning van mijn buikspieren en de opgebouwde angst in mijn lijf vanaf mijn kindertijd. Als kind hadden mijn broer en ik vaak te maken met emotionele spanning in ons gezin. Mijn moeder was geestelijk labiel. Langere periodes lag zij veel in bed, had destructieve en agressieve buien en is opgenomen geweest in inrichtingen. Dit heeft zeer veel invloed gehad op ons gezin: de spanning was vaak om te snijden. Mijn rol was die van ‘een flinke meid’. Ik was de bemiddelaar, regelde veel, was slim, niet bang en kon ogenschijnlijk goed omgaan met de situatie. Maar natuurlijk zat ik inwendig vol met angst. Als zelfbeschermende reactie ben ik onbewust mijn staartbeen in gaan trekken, dat is nu wel zeker. En bij spanning, opwinding is dit zich waarschijnlijk door de jaren heen gaan versterken. Dr. Wise noemt dit natuurlijke fenomeen ‘tail between the legs’. Zoals een hond bij angst en dreiging de staart intrekt.

De overmatige spierspanning aan de achterkant van mijn bekkenbodem heb ik dus al vanaf mijn kindertijd opgebouwd. En vervolgens ben ik vanaf ongeveer mijn 30ste mijn buikspieren  – en daarmee onbewust ook mijn bekkenbodemspieren – overmatig gaan aanspannen om pijn in mijn onderrug te voorkomen. Deze langdurige en dubbele aanslag op mijn bekkenbodemspieren is dus heftig geweest en daarom is het de vraag of mijn bekkenbodem zich ooit weer zal herstellen. Mijn bekkenfysiotherapeut en ik hopen nog steeds op meer verbetering. Het is afwachten.

Volledig mens zijn

Hardop zeggen dat angst bij mij ook een belangrijke factor is geweest is nog steeds onwennig. Ik ben niet echt bang aangelegd, ben eigenlijk wel een lefkikkertje. En ik heb met al mijn drive, enthousiasme en wilskracht aardig wat bereikt in mijn leven. Vanaf dat ik op kamers ging wonen (ik was 20 jr.) heb ik door de jaren heen in bepaalde periodes hulp gezocht bij een therapeut. Ik was mij bewust van de invloed die mijn verleden had op mijn leven. Stap voor stap lukte het mij uiteindelijk om alle emoties een plek te geven. Ik heb een gezonde dosis zelfreflectie ontwikkeld en er ontstond meer rust en harmonie in mijn leven. 

En nu ben ik op een nieuwe laag van de ui beland. Het afpellen van de lagen van een ui wordt vaak als metafoor gebruikt voor het volledig leren kennen van jezelf. Ik las een interview met Annemarie Postma: “Spiritualiteit is volledig mens zijn, in  het echte leven, elke dag weer. Leuker, liefdevoller, nederiger en wijzer worden we alleen door te struikelen en weer op te staan. Spirituele ruggengraat ontwikkelen doen we door moedig onze angsten te trotseren en de innerlijke weg te gaan. Het gaat erom dat we onszelf leren kennen door ons leven eerlijk onder ogen te zien.”

Een andere wijsheid brengt het bovenstaande mooi onder woorden:”Daar waar je struikelt ligt de schat begraven.” Op naar de volgende laag van de ui.

Adem rust in je hoofd

18 juli 2012 2 reacties

Een meewarige blik in mijn richting, een opmerking dat het woord ‘spanning’ of ‘nervositeit’ bevat, en ik kan me voor een kort moment onbegrepen en eenzaam voelen. Het heeft geen zin te reageren en te vertellen dat de bekkenbodempijn die ik dagelijks voel niet komt omdat ik nerveus of gespannen ben. Zo lang mijn lichaam de door de vele jaren (20 à 40 jaar) opgebouwde spierspanning in mijn bekkenbodem als normaal ervaart, zal ik hier last van blijven houden. De enige weg is om dag in dag uit heel bewust te proberen mijn bekkenbodemspieren te laten wennen aan ontspanning. Zodat langzamerhand het mechaniek aanspanning wordt vervangen door ontspanning.

Ademen en (ont)spanning

Goed ademen heeft een positieve invloed op ontspanning. In hun boek ‘Verademing’ (zie de rubriek Links) hebben Bakker en De Jong het over de gejaagdheid van het leven dat door gewenning door veel mensen niet meer gevoeld wordt. En zij stellen dat je daarvoor iets simpels, maar krachtigs onder de loep kunt nemen: je ademhaling. Want een rustige ademhaling en rust in je hoofd gaan hand in hand: adem rustig en ook je brein komt tot rust. En wat blijkt? Heel veel mensen ademen veel te snel. Ik ook, ben ik achter gekomen.

Als je ontspannen op een stoel zit, heb je normaal gesproken aan 6 keer per minuut ademen genoeg. Je ademt dan niet diep en zonder erbij na te denken. Bij fysieke inspanning adem je dieper en sneller. Bij wandelen 10 tot 16 keer per minuut, bij hardlopen 40 tot zelfs 60 keer per minuut. Denken of piekeren kan ervoor zorgen dat je 5 keer sneller ademt dan op grond van je fysieke behoeften noodzakelijk is. Als je hoofd overstroomt van gedachten en je weet niet meer hoe het is om een ‘leeg’ hoofd te hebben, raak je daaraan gewend. Op den duur heb je er dan geen erg meer in dat je veel denkt en onrustig ademt, omdat een actief brein met veel gedachten ‘normaal’ is geworden. Zo kan het gebeuren dat je zittend op een stoel continu 20 keer per minuut ademt.

Minder ademen, meer bewegen

Een te snelle ademhaling houdt geen mens jaren ongestraft vol. 16 keer per minuut ademen doet iemand die 18 km. per uur tegen de wind in fietst. Door een hoge, ontregelde ademfrequentie is er laag koolzuurgehalte in het bloed. Hierdoor komt er minder zuurstof op de juiste plaats (zuurstof is nodig om energie vrij te maken). Het lichaam schiet in de vecht- vluchtstand en de concentratie gaat naar beneden. Door te snel te ademen gebruik je je energie niet doeltreffend. Energie waar je gewoonlijk dagen mee vooruit kunt, verbruik je nu soms al binnen een paar uur. Je gaat dan leven op je reserves. Met alle gevolgen van dien: een ontregelde ademhaling kan zelfs je lichaam ontwrichten. Persoonlijk ben ik er met de deskundigen en met de schrijvers van dit boek van overtuigd dat verkeerde ademhaling wel eens gezondheidsprobeem nummer 1 zou kunnen zijn.

Hoe je je fysieke- en vermoeidheidsklachten kunt bestrijden door ademhalingsoefeningen en beheersing van je ademfrequentie, wordt in het boek verder beschreven. Het hoofdstuk ‘Hoge ademfrequentie en voeding’ en ‘Ademhaling en sport’ is zeer interessant. Bakker en De Jong stellen dat rust in je lijf brengen even moeilijk als eenvoudig is: door minder te ademen en meer te bewegen.