Archief

Archive for the ‘Poliklinisch revalidatieprogramma’ Category

Pijn beter verdragen

14 mei 2012 4 reacties

Met een kookwekkertje in de hand, kom ik door het hele land! Omdat het zitten voor mij een probleem blijft, gaan we het nu rigoureus aanpakken: ik mag niet langer dan 12 minuten (verleden week 10 minuten) achter elkaar zitten. Niet alleen achter de pc, maar overal. Thuis, bij vrienden, in een café of restaurant. Maar ook in de auto, tijdens het mediteren en op de fiets. Ik zet het kookwekkertje aan en wanneer het afloopt (stop ik en) ga ik staan, ontspan me wat, ga na een tijdje weer zitten en zet het wekkertje weer op 12 minuten. Vice versa. In overleg bekijk ik wekelijks met mijn therapeut van de St. Maartenskliniek of de tijd met 10 à 15 procent opgebouwd kan worden.

Niet dat ik altijd verging van de pijn tijdens het langer zitten. Op sommige momenten kon ik best lang achter elkaar zitten, maar andere momenten moest ik binnen enkele minuten gaan staan, omdat de pijn te erg werd. Ik liet me dus eigenlijk leiden door pieken en dalen. Pijngestuurd gedrag, zoals dat heet. Dat is niet de goede aanpak (zie het bericht: Wat is pijn eigenlijk?) dus nu gaan we het tijdgestuurde principe hanteren. Of ik nu wel of geen pijn heb, ik ga staan na 12 minuten. Het doel is dat mijn hersenen weer leren normale pijnprikkels uit te zenden.

Zelfhulp

Of deze tijdgestuurde aanpak helpt? Ik heb geen flauw idee. Dat mijn pijnprikkels verstoord zijn geloof ik direct. Maar onlangs ontdekte ik dat naast de triggerpoints in mijn diepere bekkenbodemspieren er ook in de oppervlakkige kleinere spieren veel pijnlijke triggerpoints aanwezig zijn. Wanneer ik zit, zit ik daar dus bovenop. Geen wonder dat ik pijn krijg … Van mijn bekkenfysiotherapeut leer ik nu hoe ik zelf mijn triggerpoints kan behandelen. Het Stanfort protocol van Wise en Anderson voor mensen met een te strakke bekkenbodemspanning (overactieve bekkenbodem) is vooral gericht op zelfhulp. Omdat bij mensen die behandeld zijn voor deze aandoening, de spierspanning toch in meerdere of mindere mate terug zal blijven keren. Ook als spanning en stress in zijn of haar leven al lang verdwenen zijn.

Vergroten belastbaarheid

Maar ondanks mijn twijfel of de tijdgestuurde aanpak helpt bij het zitten pak ik het serieus aan. Als de triggerpointbehandeling helpt heeft deze aanpak misschien een goede kans van slagen. Op zich geloof ik zeker in deze methode: het verminderen van je gevoeligheid en het vergroten van je belastbaarheid lukt alleen als je piekbelasting en onderbelasting vermijdt. Het gaat om ‘kort en vaak’. Dat zorgt voor meer weerstand en incasseringsvermogen. Door deze aanpak is het mij tenslotte ook gelukt om weer langer te wandelen. Voor mij werkt het goed om zo actief mogelijk te zijn: lichaamsoefeningen, zwemmen, wandelen, lichte fitness, stukje hardlopen op de loopband. En natuurlijk mijn meditatie en mindfulnesstraining. Al met al is de pijn dan beter te verdragen.

De pijn de baas

De momenten dat ik geen pijn heb zijn schaars. Meestal is er een constante trekkende, stekende pijn aanwezig in mijn bekkenbodemgebied. En als ik een korte periode pijnloos ben geweest, kan het zijn dat ik daarna juist weer veel meer pijn krijg. Bijvoorbeeld afgelopen weekend na een totale ontspanning tijdens een sessie Transformational Breathing en tijdens een stiltedag van mijn training Mindfulness. De pijn trok er daarna weer stevig in. Mijn bekkenfysiotherapeut zal zeggen dat mijn bekkenbodemspieren na een volledige ontspanning zo schrikken dat ze direct weer in de ‘veilige’ spierspanning schieten. Na zoveel jaren weten ze niet beter. Maar ik blijf doorgaan in de hoop dat mijn spieren ooit de ontspanning als veilig ervaren.

Ik ontdekte een paar week geleden het boek ‘De pijn de baas’ van psycholoog dr. Frits Winter. In dit makkelijk leesbare boek beschrijft Winter zijn therapieprogramma ter bestrijding van chronische pijn. Toen ik het las herkende ik de revalidatieaanpak van de St. Maartenskliniek. In de meeste revalidatiecentra en pijnpoli’s wordt met dit programma gewerkt. Het boek is een zelfhulpboek. Voor mensen met (chronische) pijn die zelf de pijn onder de knie willen krijgen, is het een echte aanrader. Het behandelt ook je manier van denken, pijn en bewustzijn, de communicatie met anderen (over jouw pijn) etc.

Advertenties

Pijn en intuïtieve keuzes

26 maart 2012 5 reacties

Verleden week ben ik begonnen aan mijn revalidatieprogramma bij de St. Maartenskliniek. De doelstelling is concreet: weer wat beter en langer kunnen wandelen, zitten en fietsen. De psycholoog en de ergotherapeut waren blij verrast toen ze hoorden dat ik – door de uitleg van mijn bekkenfysiotherapeut – al een paar week geleden geprobeerd heb om het gegeven tijdgestuurd i.p.v. pijngestuurd (zie: Wat is pijn eigenlijk?) te integreren in mijn dagelijkse activiteiten. Door regelmatig een stukje te wandelen en de afstand – en dus de tijd – voorzichtig op te bouwen. Ik heb al een paar keer een wandeling gemaakt van ongeveer 30 min. in een heuvelachtig gebied. Een paar maanden lukte mij dat echt niet. Ik kreeg toen nog erg veel pijn in mijn bovenbenen, billen en heupen. Na zo’n wandeling moet ik wel gaan liggen, zodat de spierspanning in mij bekkengebied weer wat kan zakken. Maar ook deze rustmomenten zijn van kortere duur dan voorheen.

Voor de komende periode moet ik dagelijks een lijst bijhouden waarin ik aangeef wat ik doe, hoe lang en met veel, geen of een beetje pijn. En dan vooral ook gericht op het zitten. Daar valt nog veel terrein te winnen … Hoewel ook het zitten beter gaat dan een tijd geleden. Maar het is erg grillig en onvoorspelbaar. Maar als ik pijn heb is dat omdat ik te veel in de weer ben of te lang zit (achter de pc, in de auto of aan een tafel). Zitten en een te gespannen bekkenbodem, gaat niet goed samen.

De volgende keer bespreek ik met de ergotherapeut en de psycholoog  de door mij ingevulde lijsten. Ik ben benieuwd wat zij daar uithalen en wat de volgende stappen dan zijn.

Hoe gaat het met je?

Deze vraag wordt voor mij steeds makkelijker om te beantwoorden. Het gaat beter, best wel goed eigenlijk. Ja, ik heb een aandoening waar ik de rest van mijn leven rekening mee zal moeten houden. Nee, ik heb niet de zekerheid dat ik weer (volledig) aan het werk kom en weet ook niet wat voor werk dat zal zijn. Punt. Geen verdere omhalen of uitleg. De psycholoog van de St. Maartenskliniek vertelde dat mensen met veel pijn in eerste instantie de neiging hebben om veel te vertellen, verantwoording af te leggen. Met dat de pijn afneemt, neemt het gevoel om zich te verantwoorden ook af. Die link had ik nog niet gelegd, maar ik herken het wel. De 1e maanden gaf ik (te) veel uitleg. De vraag ‘hoe gaat het met je’ nam ik te letterlijk. Ik realiseerde me onvoldoende dat veel mensen deze vraag als een standaard begroeting hanteren en eigenlijk helemaal niet geïnteresseerd zijn in  jouw verhaal. Nog weer later wilde ik er zo min mogelijk over praten, omdat dit teveel fysieke spierspanning veroorzaakte en ik me te vaak een  ‘wandelende overactieve bekkenbodem’ voelde. Nu heb ik een beter evenwicht gevonden. En belangrijk: ik bepaal of ik iets vertel en wat ik vertel.

Pijn en ziekte doet veel met je. Ik ben niet meer diegene die ik was, voordat ik overvallen werd door mijn aandoening (en alle bijkomende ellende). Dat je plotsklaps zo heftig geconfronteerd kunt worden met pijn en met de wanhoop, angst en eenzaamheid die daarbij hoort, dat had ik nooit bedacht. Op een of andere manier gedroeg ik mij – net zoals vele anderen – alsof mij dat niet zou overkomen.

Door de ‘aardschok’ die een overactieve bekkenbodem veroorzaakt in het leven, ben ik veranderd. Of komt misschien de ‘ware’ Rudi naar boven … Wie zal het zeggen: misschien dat ik het antwoord over een paar maanden weet. In ieder geval zijn dit soort periodes in het leven momenten voor bezinning.  Het opmaken van de balans. Wie ben ik, wat vind ik belangrijk, waarvoor leef ik? Dit soort periodes bieden de kans om stil te staan en bij te sturen of misschien zelfs het roer om te gooien. 

Intuïtieve keuzes

Er zijn al heel wat roeren omgegooid. We zijn goedkoper gaan wonen, hebben een degelijke gezinsauto gekocht en ik ga niet terug als hoofd communicatie. Wanneer ik toe ben aan gesprekken over arbeidsreïntegratie weet ik nog niet. Op dat moment zal ik keuzes moeten maken. Ik las onlangs dat keuzestress vooral komt door angst om het verkeerde te kiezen. Onder het motto: als je niet het juiste kiest, dan krijg je later spijt. Maar er is niet één weg die leidt naar de goede keuze. En kun je eigenlijk wel spreken van een goede en slechte keuze? Van de spijtigste of ‘slechtste’ keuzes leer je vaak het meest. En angst is nooit een goede raadgever. Als je die angst loslaat weet je soms ineens heel goed wat je wilt.

Ik neem me voor om meer intuïtief keuzes maken. Dat betekent rust en tijd nemen. En vertrouwen op de ingevingen, inzichten of antwoorden die ineens in mij opkomen tijdens of na een wandeling, een meditatie of een gesprek. Of doordat ik iets lees wat blijft hangen. Ik stel mezelf de vraag en vertrouw erop dat vroeg of laat het antwoord vanzelf in mezelf naar boven komt.

Wat is pijn eigenlijk?

13 maart 2012 Plaats een reactie

Ondanks de twijfels die ik had over of het revalidatieprogramma van de St. Maartenskliniek voor mij geschikt is, ben ik afgelopen week toch naar de 1e – groepsgewijze – introductie gegaan. Zeker ook omdat ik ondertussen zeer geïnteresseerd ben in de wijze waarop mensen met chronische pijnklachten in de gezondheidszorg worden geholpen. En gelukkig, het was een interessante bijeenkomst. Een psycholoog, maatschappelijk werker en de revalidatiearts – losjes gekleed in spijkerbroek en ruitjesoverhemd – vertelden over de achterliggende visie van het revalidatieprogramma.

 Aspecten van pijn

Het begon met uitleg over het cirkelmodel van Loeser. Dit model brengt de verschillende aspecten die bij pijn een rol spelen in beeld: nociceptie (signaal op een pijnlijke plek)  – pijngewaarwording – pijnbeleving – pijngedrag. Er werd verteld dat er geen duidelijke één op één relatie bestaat tussen pijnsignaal en pijngewaarwording. De hersenen beïnvloeden deze relatie en hebben er daadwerkelijk invloed op. Ze vergelijken de prikkels bv. met signalen die in het verleden al eens binnen gekomen zijn en ‘besluiten’ dat er sprake is van gevaar. De hersenen sluiten of openen de poorten waardoor de pijnsignalen binnenkomen. En dat gebeurt onder invloed van aandacht, afleiding, gedachten, emoties, vermoeidheid of medicijnen.

Ook bij pijnbeleving spelen de hersenen een belangrijke rol. Hersenen maken geen onderscheid tussen lichamelijke en mentale pijn. Tijdens het bespreken van de manier waarop mensen pijn beleven, voelde ik wat onrust ontstaan in de groep. Vooral bij de jonge vrouw naast mij. Ik vermoedde waardoor dat kwam, dus bracht ‘het zal wel tussen je oren zitten’ ter sprake. En inderdaad, de spijker op de kop. De arts benadrukte vervolgens dat het hier niet gaat over ingebeelde pijn. De ervaren pijnsignalen worden in de hersenen verwerkt (inderdaad tussen de oren) en de pijn is wel degelijk echt. Naast mij hoorde ik een zucht van verlichting. Gelukkig erkenning.

Chronische pijn

Bij het gesprek over pijnbeleving kwam ook het verschil tussen acute en chronische pijn aan de orde. Bij chronische pijn zijn de genoemde aspecten van Loeser veel ingewikkelder met elkaar verweven dan bij acute pijn. Er is dan sprake van een complexe ontregeling van allerlei netwerken in het lichaam: zenuwen in het lichaam en in de hersenen, hormonen etc. De pijn heeft eigenlijk zijn ‘overlevingsfunctie’ verloren. De hersenen concluderen op één of andere manier dat er sprake is van een bedreiging voor het lichaam. Verschillende systemen in het lichaam staan hierdoor ‘op scherp’.

Het kan gebeuren dat er – zonder dat er nog schade bestaat in het lichaam – pijnsignalen blijven ‘rondzingen’ op de plek waar ‘gezonde’ informatie uit dat lichaamsdeel in de hersenen zou moeten binnenkomen. Vanuit de hersenen worden de zenuwen op een pijnlijke plek steeds gevoeliger ingesteld: de hersenen worden als het ware gespitst op informatie uit dat lichaamsdeel, zodat ze meteen alarm kunnen slaan als er daar ook maar iets verandert. Dit noemen ze sensitisatie. Ik weet er alles van … Door mijn overactieve bekkenbodem kreeg ik steeds meer pijn bij het zitten. Door het slikken van Amitriptyline (tegen zenuwpijn) lijkt mijn zenuwstelsel zich nu in dat gebied wat te normaliseren. (Overigens heb ik nu behoorlijk last van oorsuizen. Met mijn oren lijkt niets aan de hand, maar het kan een bijwerking zijn van Amitriptyline. Ik ben dus begonnen aan de afbouw van deze pilletjes).

Gedrag en gevolgen

Bij de bespreking van pijngedrag kwam het Gevolgenmodel in beeld. Een bio-psycho-sociale benadering waarbij wordt gezegd dat niet de oorzaak van de klachten centraal staat, maar de gevolgen. Wat je denkt, voelt en doet als reactie op je klachten heeft allerlei gevolgen, zowel op de korte als lange termijn. Gevolgen op lichamelijk gebied, maar ook manier van denken en stemming. Dat kan weer zorgen voor veranderingen in je activiteitenpatroon en emoties. En dat heeft weer gevolg voor het zenuwstelsel. De welbekende vicieuze cirkel. De behandelaars in de St. Maartenskliniek gebruiken dit model om met de hulpvrager te zoeken naar manieren waarop je tijdens de revalidatie dingen kunt leren veranderen.

Pijngestuurd en tijdgestuurd

Wat mij aansprak was het verhaal over pijngestuurd en tijdgestuurd gedrag. Mijn bekkenfysiotherapeut had mij daarover al iets verteld. Bij pijngestuurd hoort een pieken-en-dalen-patroon. Je doet veel als het wat beter gaat en als je veel pijn hebt ga je vermijden en bv. veel rusten. Maar omdat de pijn eigenlijk geen signaal is van een beschadiging in het lichaam ontstaat door dit patroon een steeds grotere ontregeling. De marge waarbinnen je prettig kunt functioneren wordt steeds beperkter. Het revalidatieprogramma is gericht op het creëren van balans. Dus vertrouwen opbouwen en activiteiten tijdgestuurd uitbreiden. Dus in mijn geval vooraf bepalen hoe lang ik met gemak en vertrouwen kan wandelen en dit dan dagelijks doen op basis van een opbouwschema. Ik mag dan niet meer wandelen (omdat het zo goed gaat) en ook niet minder (omdat mijn benen zo’n pijn doen). Pijn is niet de graadmeter. Op deze wijze leer je je hersenen en zenuwstelsel opnieuw hoe balans werkt.

Na afloop heb ik kort gesproken met de revalidatiearts. Hij heeft mij gegarandeerd dat mijn behandelteam om de tafel gaat met mijn bekkenfysiotherapeut. Daar vertrouw ik nu op. Deze week ga ik naar de 2e introductiebijeenkomst. Pas daarna start mijn revalidatieprogramma. Ondertussen probeer ik op mijn eigen manier vooruit te komen. Door te mediteren, te zwemmen en voorzichtig te sporten, wandelen en te fietsen. En eind maart start ik bij het UMC Radboud Mindfulness. Alles vult elkaar aan; ik ben op de goede weg!

Interactie lichaam en geest

21 februari 2012 Plaats een reactie

Het gaat stap voor stap beter met mij. Ik kan nu zonder al teveel pijn ongeveer 2 km. wandelen, het zitten gaat beter en mijn bekkenbodem voelt op momenten duidelijk meer ontspannen aan. Het zijn maar korte momenten en kleine stapjes, maar ik ben er blij mee.  

Screeningsdag St. Maartenskliniek

Afgelopen week ben ik naar de St. Maartenskliniek geweest voor de screeningsdag. Ik heb 6 verschillende therapeuten, artsen gesproken. Wat mij opviel is dat geen van hen rechtstreeks aangaf bekend te zijn met een overactieve bekkenbodem, terwijl de onwetendheid in alle gesprekken duidelijk merkbaar was. Blijkbaar vinden zij het lastig of niet gepast om daarover open te zijn en zich oprecht vragend op te stellen. In sommige gesprekken legde ik de link tussen het overmatig aanspannen van buikspieren (ter voorkoming van pijn in de onderrug i.v.m. mijn scoliose) en mijn overactieve bekkenbodem. Daar werd niet op in gegaan. Ik dacht zelfs een geforceerd zwijgen te bespeuren. Was het ongeloof?

Het was duidelijk dat ik met mijn klachten een vreemde eend in de – orthopedische – bijt was. Vergeleken met de meeste revalidatiepatiënten kan ik nog veel doen om mijn conditie en fysieke gestel op pijl te houden. Ik mediteer, zwem, train in het sportcentrum, doe dagelijks lijfoefeningen, probeer te blijven wandelen en fietsen. Alles rustig, gecontroleerd en kortdurend, maar toch. Als al mijn activiteiten ter sprake kwamen, zag ik lichte verbazing. Waarom zit deze vrouw hier? Al met al voelde ik me een buitenbeentje en ik ging met een onbestemd gevoel naar huis.

Spanning – ontspanning

Toen ik enkele dagen later een brief ontving met het revalidatieplan bleek mijn onbestemd voorgevoel niet helemaal onterecht. In het plan werd mijn revalidatieprobleem als volgt omschreven: “Mw. is overmatig gericht op haar bekkenbodemspanning, waardoor zij handelt op basis van klachten en niet komt tot opbouw van activiteiten, zoals wandelen, zitten staan en fietsen.” Ik herken mij totaal niet in deze probleemomschrijving. Toen mijn bekkenfysiotherapeut het hoorde zei ze direct: “Jij bent niet overmatig gericht op de spanning van je bekkenbodem, maar juist op de ontspanning daarvan. Dat is een essentieel verschil. Jouw gerichtheid op ontspanning is juist heel goed en zorgt ervoor dat het steeds beter met je gaat.”

Door de wijze waarop mijn revalidatieprobleem is beschreven in combinatie met de zeer selectieve beschrijving van mijn persoonlijke factoren, doet vermoeden dat het team in de bespreking een rechtstreekse link heeft gelegd tussen een overactieve bekkenbodem en emotionele, psychische factoren. Zijn zij in de welbekende valkuil “het zal wel voornamelijk psychisch zijn” gekukeld?

Ik besef dat ik teveel invul. Het is moeilijk om niet meteen overal iets van te vinden, te oordelen. Ik neem me voor om niet direct te gaan handelen en alles eens rustig te laten bezinken. Mediteren helpt hierbij.

In gesprek

Voor mij staat overigens onomstotelijk vast dat er een interactie is tussen de geest en het lichaam. Ik weet dat onze denkpatronen en emoties een belangrijke rol kunnen spelen bij gezondheid en ziekte. Bewustzijnsmeditatie geeft hierin ook meer inzicht, dat heb ik ervaren. Naast de inzet van mijn bekkenfysiotherapeut heb ik eigenlijk zelf – door het lezen hierover en het mediteren – mijn helingsproces in gang heb gezet. Door dit diepere inzicht kijk ik anders naar mijn aandoening. Ik pas mijn toekomstige werken en mijn levensstijl aan, in het kader van gezondheid en lichamelijk welbevinden. De verantwoordelijkheid voor mijn eigen welzijn leg ik niet exclusief bij artsen en therapeuten, maar meer bij mezelf, bij mijn eigen inspanningen. Nou ja, ontspanning in dit geval 😉

Teleurstellend is dat het team van de St. Maartenskliniek deze probleemanalyse heeft opgesteld, zonder overleg met de enige echte deskundige op dit gebied: de  bekkenfysiotherapeut. Ondanks dat de revalidatiearts had toegezegd mijn bekkenfysiotherapeut hierin te betrekken en ik het belang daarvan in een aantal gesprekken tijdens de screeningsdag nog nadrukkelijk heb aangegeven. Ik zal dan ook aangeven dat ik, voorafgaand aan de start van mijn revalidatieprogramma, een gesprek wil tussen het behandelingsteam en mijn bekkenfysiotherapeut. Mijn evt. hulpverleners zullen zich moeten verdiepen in mijn aandoening.

Drempels en tegenslag

6 januari 2012 2 reacties

Door jeugdervaringen in ons gezin sta ik zeer terughoudend tegenover alles wat te maken heeft met medicijnen. Met name tranquillizers. Een paar week geleden vroeg mijn bekkenfysiotherapeut of ik wel eens gedacht heb aan het gebruik van pijnstillers. Ik herinnerde haar eraan dat ik zo nu en dan Ibuprofen gebruik. Maar ze bedoelde iets anders. Ze doelde op het langdurig innemen van medicijnen tegen de zenuwpijn. Ik wist niet dat er medicijnen bestaan tegen zenuwpijn en vroeg haar om uitleg. Ze vertelde dat door mijn bijkomende zenuwpijnen er een vicieuze cirkel ontstaat. Haar behandelingen hebben te weinig effect, want zodra ik ga zitten komen de zenuwpijnen op en spant mijn bekkenbodem zich hierdoor weer meer aan. Er zijn medicijnen die goed werken op zenuwpijnen. Dat zijn m.n. antidepressiva en anti-epileptica. Zij had goede ervaring met de antidepressiva Amitriptyl en raadde mij aan om er eens met mijn huisarts over te praten.

Antidepressiva tegen zenuwpijn

Antidepressiva terwijl ik niet depressief ben? Natuurlijk begrijp ik haar redenering. Ik voel zelf maar al te goed dat de zenuwpijn alles blokkeert. Maar antidepressiva slikken … Mijn huisarts Bevestigde het verhaal van mijn bekkenfysiotherapeut en stelde voor om met een kleine dosering te beginnen en na 2 week even bij hem terug te komen om te kijken hoe het gaat. Ik voel dat er iets moet gebeuren, dus met pijn in het hart heb ik besloten om Amitriptyl (25 mg) in een lage dosering te proberen; iedere avond 1 tablet.

Nu een week verder ben ik weer een ervaring rijker. Nooit geweten dat je down kunt worden van antidepressiva! Maar dat blijkt, alleen in de 1e we(e)k(en), één van de bijwerkingen te zijn. Ik ben huilerig en emotioneler. Het lukt me redelijk om met behulp van bewustzijnsoefeningen met enige afstand naar mezelf te kijken en ‘te laten zijn wat er is’. Ik hou voor ogen dat dit tijdelijk is en wel weer overgaat.

Foutje bij de St. Maartenskliniek

En net nu ik me niet zo stabiel voel ontdek ik dat ze bij de St. Maartenskliniek ook administratieve fouten kunnen maken. Mijn revalidatieprogramma zou in januari starten en omdat ik nog niets gehoord heb, ben ik deze week gaan bellen. Ze zouden het uitzoeken en terugbellen. Na 3 dagen wachten heb ik opnieuw gebeld. Om een lang verhaal kort te maken: ze zijn vergeten mij per email een vragenlijst te sturen. Na ontvangst van de ingevulde lijsten, krijg ik een oproep voor een screeningsdag. En op basis daarvan stelt het behandelingsteam het revalidatieprogramma op. Pas daarna start het programma daadwerkelijk. Ze hadden mijn emailadres niet, dus konden mij de vragenlijsten niet sturen. Van deze nuchtere constatering zat ik bijna in de hoogste boom! Maar goed, alle lijsten heb ik gisteren digitaal ingevuld en verzocht mij snel op te roepen voor de screeningsdag. Tja …

Ondertussen

Die doffe en schrijnende zenuwpijn ontstaat vooral als ik zit. En dan volgt onontkoombaar het gevoel alsof er een scherp stuk elastiek strak om mijn bekkenbodem wordt getrokken. Ik richt mijn leven zo in dat ik er zo min mogelijk last van heb. Na actie (lopen, even zitten, kort fietsen) zorg ik dat ik de mogelijkheid heb om mij liggend te ontspannen. Daarnaast iedere ochtend de bewustzijnsmeditatie. En voor aandachtsoefeningen hoef je niet alleen op een meditatiekruk te zitten. Ik oefen dat regelmatig in de keuken, de auto, tijdens de sauna en het zwemmen. Jon Kabat Zinn (de grondlegger van mindfulness) zegt dat mensen die regelmatig mediteren niet zo snel zenuwachtig, geschokt of verward zijn als mensen die dit niet doen. Volgens hem zorgt dat voor meer geluk dan Prozac. Ik ga maar weer mediteren 😉

Nieuw evenwicht

8 november 2011 Plaats een reactie

Revalidatieprogramma

Verleden week had ik het oriënterende gesprek met een revalidatiearts van de St. Maartenskliniek in Nijmegen. Over een mogelijke deelname aan een poliklinisch revalidatieprogramma. Ik wist dat de aanpak multidisciplinair was, maar dit gesprek verraste mij behoorlijk. De arts wilde werkelijk alles weten. Ten eerste natuurlijk: wat is een overactieve bekkenbodem – wat voel je precies en waar etc. Want ook hij (en de coassistent die erbij was) had nog nooit van deze aandoening gehoord. Ik had me hier mentaal al op voorbereid; weer het hele verhaal vertellen, veel vragen krijgen en veel uitleggen. En daarna wilde hij alles weten over mijn (medische) verleden en ook emotionele aspecten schuwde hij niet. Sterker nog: hij vroeg heel goed door. Tijdens dit spervuur van vragen kreeg ik de indruk dat hij niet goed raad wist met iemand die kampt met deze aandoening en twijfels had of ik bij hen wel aan het goede adres was.

Het lichamelijke onderzoek – mijn scoliose – kwam als laatste aan de beurt. Arts en coassistent stortten zich beiden met overgave op mijn rug. Ik moest van binnen  grinniken: dit was voor hun bekend terrein. En ja, ik had een scoliose (maar dat wist ik natuurlijk al 35 jaar).  Uit het onderlinge gesprek dat zij voerden pikte ik op dat er wel het een en ander ‘mis’ was met mijn rug (ook dat wist ik al jaren). Toen het onderzoek klaar was vertelde hij mij dat ik in aanmerking kom voor het revalidatieprogramma. Ik blij. Maar het revalidatieprogramma start pas in januari i.v.m. de wachtlijsten. Dat was een domper. Toch ben ik vooral opgelucht: ik word geholpen! En ik ben onder de indruk van de wijze waarop ik bevraagd ben en de tijd die daarvoor is uitgetrokken: bijna anderhalf uur. Dat geeft bij voorbaat vertrouwen.

Multidisciplinair team

Het  multidisciplinaire team dat zich met mij gaat bezig houden bestaat uit de revalidatiearts, een orthopeed, een fysiotherapeut, een ergotherapeut, een psycholoog en mijn bekkenfysiotherapeut. De arts vertelde dat de psycholoog niet gaat ‘graven’ maar zorg draagt voor de begeleiding (van mij en het team). Het programma gaat ± 4 maanden duren, 3x per week ongeveer 2 uur. Vooraf krijg ik een dag lang testen, onderzoeken en gesprekken. Op basis hiervan wordt het persoonlijke begeleidingsprogramma bepaald.

Mijn bekkenfysiotherapeut reageerde verheugd toen zij hoorde dat zij ook wordt betrokken. Het is de 1e keer dat zij in een orthopedisch omgeving een rol kan spelen. Ze vertelde dat het zendelingenwerk van bekkenfysiotherapeuten – informatie geven over de aandoening overactieve bekkenbodem – zijn vruchten af begint te werpen bij  huisartsen, gynaecologen e.d. maar nog niet is doorgedrongen in de orthopedische wereld.

Een nieuw evenwicht is nodig

Mijn lijf vraagt om grote veranderingen. Sterker nog: eist grote veranderingen. De afgelopen dagen is mij dit weer pijnlijk duidelijk geworden. De laatste weken heb ik drie intensieve gesprekken gevoerd (met werkgever, met orthopeed en met psycholoog van arbo). Over mijn aandoening, de gevolgen en mijn onzekere toekomst. En de spanning die dit oplevert vertaalt zich blijkbaar direct naar mijn bekkenbodem. Want afgelopen vrijdag kreeg ik onverwachts weer helse pijnen. De sauna hielp niet meer. Ik eindigde die dag bij Urologie in het Radboud ziekenhuis; in de volle overtuiging dat ik weer een blaasontsteking had. Mijn urine is getest: de uitslag was negatief. Het staat nog op kweek, maar ik denk nu dat het inderdaad geen blaasontsteking is. Het is overmatige spanning in mijn bekkenbodem. En nu slik ik weer antibiotica. Over een week heb ik contact met mijn uroloog: dan bekijken we hoe het ervoor staat.

Mijn dagelijkse handelingen zijn doorspekt met rust. Ik ben mij constant bewust van mijn houding en ademhaling. Het overgrote deel van mijn tijd besteed ik aan lijf- ademhaling- en ontspanningsoefeningen, sauna en rusten. Voorafgaand aan al mijn ‘activiteiten’ – naar de stad, bezoek aan vrienden, repetitie, optreden, ArtEZ of wat dan ook – neem ik rust en probeer ik het spanningsniveau te minimaliseren. En nu toch weer deze vreselijke pijnaanvallen. Wat staat dit alles in schril contrast met mijn leven een jaar geleden, voordat deze aandoening werd geconstateerd. Het voelt onwerkelijk. De laatste woorden van de revalidatiearts galmen nog dagelijks na in mijn hoofd: “Doel van het revalidatieprogramma is dat je een nieuw evenwicht in jouw leven vindt”.