Archief

Posts Tagged ‘Gezondheidszorg’

Voortschrijdend medisch inzicht

17 mei 2013 Plaats een reactie

Als wij een ernstige ziekte of aandoening krijgen, dan verwachten we van medici dat ze alles weten over oorzaak en gevolg. En we gaan er ook vanuit dat de informatie die we krijgen voorgeschoteld klopt. We checken het nog eens uitgebreid op internet en wordt het daar bevestigd, weten we het zeker: dit zijn de feiten, dit is de waarheid. Het werkt op een of andere manier geruststellend. Kennis en inzicht zijn tenslotte ook belangrijke pijlers bij de verwerking en de wijze waarop je omgaat met de ziekte. Dat geldt zeker voor mij.

Maar de ontwikkeling van de medische wetenschap staat niet stil. Er worden nieuwe ontdekkingen gedaan, er komen nieuwe inzichten. Hoe zit het dan met die waarheid? Daar waar we gisteren nog heilig van overtuigd waren – gestaafd door medisch onderzoek – blijkt vandaag heel anders te zijn. Hoe kunnen we met dat gegeven nu het beste omgaan?

Onderrugpijn en CPPS

Kritisch blijven t.a.v. de heersende medische feiten en opvattingen is mijn adagium. De laatste tijd ben ik hierin weer gesterkt. Bijvoorbeeld toen mijn nieuwe orthopeed van de St. Maartenskliniek mijn gedachtegang dat mijn scoliose in mijn onderrug medeoorzaak zou kunnen zijn van mijn overactieve bekkenbodem en de pijnen die ik dagelijks heb, niet afwees. Mijn bekkenfysiotherapeut was hierover heel verheugd, want in de wereld van de fysiotherapie is al jaren bekend dat chronische onderrugpijn kan leiden tot een overactieve bekkenbodem. Orthopedisch specialisten hebben dit voorheen altijd tegen gesproken. De houding van mijn orthopeed leek een kleine opsteker.

Blaasontsteking

En onlangs kreeg ik opnieuw behoorlijke pijn in mijn onderbuik en bekkenbodem. Na een paar dagen bleek: weer een blaasontsteking. Mijn overactieve bekkenbodem speelt hierdoor stevig op. Vervelend natuurlijk en het brengt ook onzekerheid. Te vaak antibiotica moeten slikken levert onrust. En hoe komt het dat ik, ondanks al mijn voorzorgsmaatregelen, weer een blaasontsteking krijg? Ik heb regelmatig in meer of mindere mate last van mijn blaas en/of mijn plasbuis en mijn darmen. Toen bij mij een overactieve bekkenbodem (CPPS) werd geconstateerd, bleek ook dat mijn endeldarm licht is verzakt. Door jarenlang – onbewust – teveel persen. Wat weer een gevolg is van te gespannen bekkenbodemspieren. Heeft dit alles een relatie met het ontstaan van een blaasontsteking?

Ik heb van mijn bekkenfysiotherapeut geleerd hoe ik met mijn ‘mankementen’ het beste kan ontlasten, zonder teveel te persen. Onder andere daardoor ben ik meer vertrouwd geraakt met mijn bekkenbodemgebied. En langzaam ontstond de overtuiging dat mijn blaas en mijn endeldarm invloed hebben op elkaar. Als mijn darmen vol zitten, lijkt het alsof mijn blaas wordt afgekneld. Daardoor kan ik volgens mij mijn blaas niet goed leegplassen. Ook denk ik dat het missen van een baarmoeder ook negatief werkt op de blaas en endeldarm / darmen. Eigenlijk denk ik het niet alleen: ik voel het in mijn lijf.

Blaas en endeldarm

Deze week heb ik mijn vragen en gedachtegangen voorgelegd aan mijn bekkenfysiotherapeut. Haar informatie heeft mijn vermoedens versterkt. Bekend is dat bijna alle blaasontstekingen ontstaan door darmbacteriën. De heersende opvatting is nog steeds: doordat de afstand tussen anus, vagina en ingang van de plasbuis bij vrouwen klein is, kunnen deze bacteriën makkelijk in de vagina of plasbuis komen. Dat veroorzaakt blaasontstekingen. Maar waarom krijgen kleine meisjes in poepluiers dan nooit blaasontsteking? En reken maar dat je als vrouw met regelmatig terugkerende blaasontstekingen super hygiënisch bent. Tegenwoordig zijn over deze opvattingen in het medische circuit dan ook twijfels. Men vraagt zich af of darmbacteriën – in plaats van via buitenom – via de wanden van darm en blaas in de blaas terecht kunnen komen. Naar dit vraagstuk wordt zelfs momenteel onderzoek gedaan. Over de invloed van het hebben van geen baarmoeder op blaas en darmen is nog weinig bekend. Maar voor mij en mijn bekkenfysiotherapeut is het – gezien de steunfunctie van de baarmoeder voor de blaas en de endeldarm – aannemelijk dat ook dit invloed heeft.

Intuïtie en gezond verstand

Hoe we kunnen omgaan met de soms tergend langzaam voort-schrijdende-en-voort-schrijdende-en-voort-schrijdende medische inzichten en de wisselende en elkaar tegensprekende feiten uit de medische wetenschap? Mijn overtuiging is: informatie blijven vergaren, zorgen dat je goed op de hoogte bent, tegelijkertijd het eigen lichaam en de geest goed leren kennen en vertrouwen hebben in eigen intuïtie en gezond verstand.

Beter worden

28 april 2013 Plaats een reactie

Wat mij opvalt is hoe onhandig mensen eigenlijk zijn als het gaat om ziekte en pijn. We zitten vol met beelden, oordelen, verwachtingen en opvattingen. Laatst hoorde ik een vrouw met een stellige vastberadenheid zeggen dat als iemand echt pijn heeft, dit te zien is in het gezicht. Pijn tekent het gezicht, punt uit. Maar wat als pijn – zoals in mijn geval – niet ondraaglijk is en niet af te lezen is op het gezicht: wordt de pijn dan in twijfel getrokken of genegeerd?

Onrealistische zoektocht

Mensen kunnen zo stellig zijn, zeker als het over iets ongrijpbaars als (chronische) pijn gaat. Waarom eigenlijk? Ik denk dat het een houvast biedt. Iets wat voor ieder mens bedreigend is – terugkerende pijnen – plaatsen we onbewust in vaste denkkaders en reactiepatronen. Dat geeft een soort zekerheid.

Omgaan met ziekte en pijn bij onszelf en anderen kunnen we eigenlijk alleen maar als we (denken te) weten dat het ook weer over gaat of op zijn minst goed beheersbaar is. Beter worden, daar gaat het om. En beter worden is de afwezigheid van pijnsymptomen, ziekte en fysieke beperkingen. Dus zijn veel mensen met (chronische) pijn altijd bezig met zoektochten naar beter worden: helaas ook vaak onrealistische zoektochten.

Negeren en ontwijken

Ziekte en (chronische) pijn aanvaarden is een persoonlijk proces en niet eenvoudig. Het is steeds weer opnieuw vallen en opstaan. En als je uiteindelijk een vorm hebt gevonden, kan het maar zo zijn dat een deel van de omgeving daar niet goed raad mee weet. Niet meer knokken, zoveel mogelijk genieten, levenslustig en vrolijk zijn: het oogst waardering. Maar ik denk dat er ook iets anders gebeurt: mensen kunnen zich er minder makkelijk mee identificeren. Onze samenleving is doordrenkt met vechten tegen, weerstand bieden aan en uitgaan van de maakbaarheid van het leven. Stoppen met vechten en proberen te aanvaarden zoals het is roept bij mensen – diep van binnen en onuitgesproken – soms ook onrust, twijfel of ongeloof op. En dat resulteert – vaak onbedoeld en onbewust – in (vlagen van) negerend, ontwijkend of onhandig gedrag. De ene keer heb ik daar begrip voor, de andere keer word ik er door geraakt: voel me gekwetst, onbegrepen en eenzaam.

Actief in het leven

Aanvaarden heeft niets te maken met passief alles over je heen laten komen. Juist de constante zoektocht binnen de gezondheidszorg en de bijna eisende houding van mensen die ‘beter gemaakt willen worden’ betekent veelal ook de verantwoordelijkheid voor eigen welzijn niet echt nemen. Het resulteert uiteindelijk maar al te vaak in passief op genezing wachten. En dan gaat de kwaliteit van leven met sprongen achteruit. In tegenstelling tot wanneer je je aanpast aan de pijn en belemmeringen en binnen de grenzen van je mogelijkheden een actief leven leidt.

Mens-zijn

Door mijn scoliose in combinatie met mijn beschadigde bekkenbodem (langdurige CPPS) kan mijn lichaam niet ‘beter worden’. Wel kan ik een meer gezonde en hele relatie ervaren tussen lichaam en geest, mijzelf en de wereld. Mindfulness helpt mij daarbij. In het boek ‘Aandacht voor pijn’ van Vidyamala Burch, schrijft zij over Matthew Sandford, die op zijn 13e vanaf zijn borst verlamd is geraakt en desondanks yoga-leraar is geworden. Hij zegt: “Er zijn heel veel mogelijkheden voor beter worden binnen de relatie van geest en lichaam. Er is een andere vorm van beter worden dan die van weer kunnen lopen.” Vidyamala Burch, die zelf in een rolstoel zit en leeft met chronische pijn, noemt het ‘beter worden tot het mens-zijn’. Dat is de sleutel voor meer levensgeluk en innerlijke vrede met jezelf en je omstandigheden. En voor minder pijnbeleving.

Eigen hulpverlening regisseren

8 april 2012 1 reactie

Onze verhuizing is achter de rug. Ondanks dat ik mij zoveel mogelijk heb teruggetrokken en een grote groep mensen ons heeft geholpen, is de verhuizing niet in de koude kleren gaan zitten. Ik heb weer meer pijn. Logisch zo’n terugval, maar wel vervelend. Toen de pijn op momenten weer heftig was, voelde ik lichte paniek opkomen. Het is me gelukt om me daar niet door te laten leiden. Ik probeer nu door rust en aandacht voor mijn lijf mijn bekkenbodem weer wat meer te ontspannen. Het zal wel even duren voordat ik weer terug ben op het niveau van herstel, voorafgaand aan de verhuizing.

Bij zo’n terugval is mijn bekkenfysiotherapeut mijn steun en toeverlaat. Toen ik een dag voor de verhuizing veel last had van lokale spierverkramping in de bekkenbodem adviseerde ze mij een bepaald type crème. Mijn huisarts volgde haar advies op en schreef het recept uit. De crème heeft voor verlichting gezorgd. En ondanks dat de wekelijkse triggerpointbehandeling – door de verhoogde bekkenbodemspanning – zeer pijnlijk is, ga ik graag naar mijn bekkenfysiotherapeut toe. Haar behandelingen hebben zin en zij staat me bij met raad en daad.

Touwtjes in handen

Het is fantastisch om zo’n vakbekwame bekkenfysiotherapeut te hebben. Ook mijn therapeuten van de St. Maartenskliniek lijken deskundig. Deze deskundigen zijn mij niet op een schoteltje aangereikt. Het 1e half jaar werd ik behandeld door een andere bekkenfysiotherapeut. Ondanks haar goede bedoelingen zat er nauwelijks vooruitgang in. Sterker nog: de pijn verergerde en de bijkomende beperkingen namen fors toe. Ik was radeloos en ben toen veel over deze aandoening gaan lezen (via internet). Ik las over de doeltreffende behandelingsmethode het Stanford Protocol (zie links) en ontdekte dat triggerpointbehandelingen effectief kunnen zijn. Door te bellen naar de praktijk in Enkhuizen (F-act Center for Pelvic Pain) kwam ik op het spoor van mijn huidige bekkenfysiotherapeut.

Ik heb zelf de touwtjes in handen genomen. Ook als het gaat om de contacten met mijn huisarts en de start van mijn revalidatieprogramma bij de St. Maartenskliniek. En niet te vergeten de keuze om te gaan mediteren en te starten met de training mindfulness-Based stress reduction (MBSR). Regisseer je eigen hulpverlening: van een afhankelijke opstelling in de gezondheidszorg wordt niemand beter. 

Kennis helpt

Ik bevraag mijn bekkenfysiotherapeut regelmatig. Wil graag alles weten over deze vervelende aandoening die zoveel impact heeft op je dagelijkse leven. Op verzoek van een lotgenoot vroeg ik haar naar een mogelijke relatie tussen voeding en bekkenbodemspanning. Zij zei wat ik al vermoedde: verantwoorde voeding is altijd goed, maar er ligt geen relatie. Alleen als de overactieve bekkenbodem gepaard gaat met prikkelbare darmen. Dan heeft voeding wel degelijk invloed en is het goed om advies in te winnen bij een voedingdeskundige. 

Wat mij intrigeert is hoe weinig aandacht er is voor de ernstige gevolgen van het – voortdurend – aanspannen van de buikspieren. Ondanks de duidelijk aantoonbare relatie tussen buikspieren en bekkenbodem hebben Wise en Anderson (auteurs van het boek ‘Headache in the pelvis’ en grondleggers van het Stanford Protocol) het hier niet over. Mijn bekkenfysiotherapeut vertelde dat de grote onderlinge relatie tussen buikspieren en bekkenbodem is aangetoond door een groep onderzoekers die zich vooral richten op bekkenbodem en zwangerschapincontinentie. Wat mij betreft mag daar veel meer aandacht voor komen.

Staart tussen de benen

Een paar week geleden vertelde mijn bekkenfysiotherapeut enthousiast dat David Wise eind april naar Nederland komt en dat zij is uitgenodigd om aanwezig te zijn bij een masterclass van hem (Wise heeft zelf 22 jaar geworsteld met chronische bekkenbodempijn). Zijn actuele thema is angst in relatie tot de bekkenbodem. Hij benoemt dit als ‘tail between the legs’. Denk aan een hond die bij angst de staart tussen de benen doet. Het schijnt dat ieder mens bij angst (stress, spanning) deze zelfde fysieke reactie vertoont. Ik moest ineens denken aan de uitdrukking ‘de billen dichtknijpen’ …

De laatste tijd houdt de invloed van angst op het zijn, het leven van mensen mij wel bezig. Door de training mindfulness, door het lezen van een interessant artikel hierover, door mijn eigen verleden. Het boeit mij en ik vind het fantastisch dat mijn bekkenfysiotherapeut zo dicht bij het vuur zit. Daar pluk ik de vruchten van! Geïnspireerd door alles wat ik daarover lees en hoor zal ik in dit blog zeker nog terugkomen op de invloed van angst in het leven van mensen en in het bijzonder op de relatie tussen angst en bekkenbodemspanning.

Wat is pijn eigenlijk?

13 maart 2012 Plaats een reactie

Ondanks de twijfels die ik had over of het revalidatieprogramma van de St. Maartenskliniek voor mij geschikt is, ben ik afgelopen week toch naar de 1e – groepsgewijze – introductie gegaan. Zeker ook omdat ik ondertussen zeer geïnteresseerd ben in de wijze waarop mensen met chronische pijnklachten in de gezondheidszorg worden geholpen. En gelukkig, het was een interessante bijeenkomst. Een psycholoog, maatschappelijk werker en de revalidatiearts – losjes gekleed in spijkerbroek en ruitjesoverhemd – vertelden over de achterliggende visie van het revalidatieprogramma.

 Aspecten van pijn

Het begon met uitleg over het cirkelmodel van Loeser. Dit model brengt de verschillende aspecten die bij pijn een rol spelen in beeld: nociceptie (signaal op een pijnlijke plek)  – pijngewaarwording – pijnbeleving – pijngedrag. Er werd verteld dat er geen duidelijke één op één relatie bestaat tussen pijnsignaal en pijngewaarwording. De hersenen beïnvloeden deze relatie en hebben er daadwerkelijk invloed op. Ze vergelijken de prikkels bv. met signalen die in het verleden al eens binnen gekomen zijn en ‘besluiten’ dat er sprake is van gevaar. De hersenen sluiten of openen de poorten waardoor de pijnsignalen binnenkomen. En dat gebeurt onder invloed van aandacht, afleiding, gedachten, emoties, vermoeidheid of medicijnen.

Ook bij pijnbeleving spelen de hersenen een belangrijke rol. Hersenen maken geen onderscheid tussen lichamelijke en mentale pijn. Tijdens het bespreken van de manier waarop mensen pijn beleven, voelde ik wat onrust ontstaan in de groep. Vooral bij de jonge vrouw naast mij. Ik vermoedde waardoor dat kwam, dus bracht ‘het zal wel tussen je oren zitten’ ter sprake. En inderdaad, de spijker op de kop. De arts benadrukte vervolgens dat het hier niet gaat over ingebeelde pijn. De ervaren pijnsignalen worden in de hersenen verwerkt (inderdaad tussen de oren) en de pijn is wel degelijk echt. Naast mij hoorde ik een zucht van verlichting. Gelukkig erkenning.

Chronische pijn

Bij het gesprek over pijnbeleving kwam ook het verschil tussen acute en chronische pijn aan de orde. Bij chronische pijn zijn de genoemde aspecten van Loeser veel ingewikkelder met elkaar verweven dan bij acute pijn. Er is dan sprake van een complexe ontregeling van allerlei netwerken in het lichaam: zenuwen in het lichaam en in de hersenen, hormonen etc. De pijn heeft eigenlijk zijn ‘overlevingsfunctie’ verloren. De hersenen concluderen op één of andere manier dat er sprake is van een bedreiging voor het lichaam. Verschillende systemen in het lichaam staan hierdoor ‘op scherp’.

Het kan gebeuren dat er – zonder dat er nog schade bestaat in het lichaam – pijnsignalen blijven ‘rondzingen’ op de plek waar ‘gezonde’ informatie uit dat lichaamsdeel in de hersenen zou moeten binnenkomen. Vanuit de hersenen worden de zenuwen op een pijnlijke plek steeds gevoeliger ingesteld: de hersenen worden als het ware gespitst op informatie uit dat lichaamsdeel, zodat ze meteen alarm kunnen slaan als er daar ook maar iets verandert. Dit noemen ze sensitisatie. Ik weet er alles van … Door mijn overactieve bekkenbodem kreeg ik steeds meer pijn bij het zitten. Door het slikken van Amitriptyline (tegen zenuwpijn) lijkt mijn zenuwstelsel zich nu in dat gebied wat te normaliseren. (Overigens heb ik nu behoorlijk last van oorsuizen. Met mijn oren lijkt niets aan de hand, maar het kan een bijwerking zijn van Amitriptyline. Ik ben dus begonnen aan de afbouw van deze pilletjes).

Gedrag en gevolgen

Bij de bespreking van pijngedrag kwam het Gevolgenmodel in beeld. Een bio-psycho-sociale benadering waarbij wordt gezegd dat niet de oorzaak van de klachten centraal staat, maar de gevolgen. Wat je denkt, voelt en doet als reactie op je klachten heeft allerlei gevolgen, zowel op de korte als lange termijn. Gevolgen op lichamelijk gebied, maar ook manier van denken en stemming. Dat kan weer zorgen voor veranderingen in je activiteitenpatroon en emoties. En dat heeft weer gevolg voor het zenuwstelsel. De welbekende vicieuze cirkel. De behandelaars in de St. Maartenskliniek gebruiken dit model om met de hulpvrager te zoeken naar manieren waarop je tijdens de revalidatie dingen kunt leren veranderen.

Pijngestuurd en tijdgestuurd

Wat mij aansprak was het verhaal over pijngestuurd en tijdgestuurd gedrag. Mijn bekkenfysiotherapeut had mij daarover al iets verteld. Bij pijngestuurd hoort een pieken-en-dalen-patroon. Je doet veel als het wat beter gaat en als je veel pijn hebt ga je vermijden en bv. veel rusten. Maar omdat de pijn eigenlijk geen signaal is van een beschadiging in het lichaam ontstaat door dit patroon een steeds grotere ontregeling. De marge waarbinnen je prettig kunt functioneren wordt steeds beperkter. Het revalidatieprogramma is gericht op het creëren van balans. Dus vertrouwen opbouwen en activiteiten tijdgestuurd uitbreiden. Dus in mijn geval vooraf bepalen hoe lang ik met gemak en vertrouwen kan wandelen en dit dan dagelijks doen op basis van een opbouwschema. Ik mag dan niet meer wandelen (omdat het zo goed gaat) en ook niet minder (omdat mijn benen zo’n pijn doen). Pijn is niet de graadmeter. Op deze wijze leer je je hersenen en zenuwstelsel opnieuw hoe balans werkt.

Na afloop heb ik kort gesproken met de revalidatiearts. Hij heeft mij gegarandeerd dat mijn behandelteam om de tafel gaat met mijn bekkenfysiotherapeut. Daar vertrouw ik nu op. Deze week ga ik naar de 2e introductiebijeenkomst. Pas daarna start mijn revalidatieprogramma. Ondertussen probeer ik op mijn eigen manier vooruit te komen. Door te mediteren, te zwemmen en voorzichtig te sporten, wandelen en te fietsen. En eind maart start ik bij het UMC Radboud Mindfulness. Alles vult elkaar aan; ik ben op de goede weg!

Huisartsen en patiënteninformatie

1 november 2011 Plaats een reactie

Digitaal medisch dossier

Het is zo mooi in dit digitale tijdperk: wanneer je verhuist, verhuist de informatie in de pc van de huisarts gewoon met je mee. Je hoeft alleen maar de gegevens van de nieuwe huisarts door te geven aan de oude huisarts. De rest gaat vanzelf. Althans, dat verwacht je. Maar of echt alle informatie goed overkomt en – belangrijker nog – overzichtelijk en vindbaar is … Ik betwijfel het. Om zelf overzicht te houden ben ik jaren geleden begonnen met een digitaal persoonlijk medisch overzicht. Lekker makkelijk. Dan weet ik precies wanneer ik ook al weer geopereerd ben, welke klachten ik heb (gehad) en wanneer. En ik besef maar al te goed dat er samenhang kan zijn tussen bepaalde klachten. Dus ik wil het goed bijhouden. Baas in het eigen medische dossier!

Ik ben argwanend als het gaat over het overhevelen van medische gegevens van de ene huisarts naar de andere. Nooit heb ik gemerkt dat een nieuwe huisarts iets meer van mij weet dan dat ik op dat moment vertel. Dat kan natuurlijk ook liggen aan het chronische tijdgebrek van huisartsen. Zich inlezen in de gegevens van een (nieuwe) patiënt, daar is geen tijd voor.

En het gaat verder dan het wel of niet inlezen van gegevens. Het gaat ook over op de hoogte blijven van de medische ontwikkelingen, actuele medische kennis vergaren en deze vertalen naar de hulpvrager. Daar ontbreekt het nogal eens. Ik heb het aan de lijve ervaren.

Gemiste symptomen

Bij het eerste bezoek aan mijn bekkenfysiotherapeut bleek ik al lang meerdere symptomen te hebben die bij elkaar opgeteld wijzen op een te gespannen bekkenbodem. Eén symptoom staat er zelfs rechtstreeks mee in verband: nachtelijke krampaanvallen in het anusgebied. Enorme krampen die soms zo hevig zijn dat ik er bijna door van mijn stokje ga. Vanaf ± 2004 begonnen deze krampen te spelen. Ik ben vanaf deze periode een paar keer verhuisd dus heb deze kwaal aan 3 verschillende huisartsen kunnen voorleggen. Geen van de artsen wist er raad mee. Mijn 1e huisarts keek als een konijn in koplampen: zij had nooit eerder zoiets gehoord. Ik vertelde dat een warme kruik hielp, dus ze adviseerde deze dan maar te gebruiken. De 2e huisarts had er ook nog nooit van gehoord. “Kom maar een keer langs als je weer zo’n aanval hebt.” Wel wat lastig midden in de nacht, dus dat kwam er niet van. Van mijn huidige huisarts kreeg ik een verbaasde blik; ook hij wist er niets zinnigs over te zeggen. De lichte gêne en het soms wekenlang krampvrij zijn, zorgden er voor dat ik het er maar weer bij liet zitten.

Als, als, als …

Nu weet ik van meerdere bekkenfysiotherapeuten dat deze kwaal een duidelijke aanwijzing is voor een (beginnende) overactieve bekkenbodem. En als je daarbij mijn darmklachten vanaf 1994, de verwijdering van mijn baarmoeder (in relatie tot de darmklachten) en de regelmatig terugkerende blaasontstekingen vanaf 2006 optelt, dan zijn daar alle (voor)tekenen van een overactieve bekkenbodem. Als er ook maar één huisarts of specialist was geweest die in de beginjaren 2000 iets had gelezen over het fenomeen chronic pelvic pain syndrom en vervolgens mijn medisch dossier serieus had bekeken, dan was ik misschien doorverwezen naar een bekkenfysiotherapeut. Dan was het misschien niet zover gekomen.

Als dit, als dat: met teveel ‘alsen’ schiet je niets op. Het is zinloos om zo te redeneren en ook niet reëel. Er zijn nog meer voortekenen geweest waar ik nooit met een arts over heb gesproken. En er zijn zoveel andere – niet fysieke – zaken die van invloed zijn geweest op het krijgen van deze aandoening. Daar ben ik van overtuigd en zal ik in dit blog zeker nog op terug komen. Dus of mijn overactieve bekkenbodem voorkomen had kunnen worden … Wie zal het zeggen. Maar wat betreft de gezondheidszorg: er is nog veel werk aan de winkel. Zeker als het gaat over digitale medische dossiers. Maar het belangrijkste blijft meer persoonlijke aandacht, meer focus en tijd voor de hulpvrager / patiënt. En artsen die meer kennis delen, onderling beter samenwerken en van hun voetstuk af gaan stappen.