Archive

Posts Tagged ‘Scoliose’

Vriendschap sluiten met chronische pijn

19 maart 2013 Plaats een reactie

Dit blog heeft vanaf nu een aangepaste url en is alleen nog bereikbaar via: www.blog.mijnkeerpunt.com De reden voor deze wijziging is dat ik er naar streef om in september as. – als afronding van mijn opleiding – te starten met het geven van mijn 1e mindfulnesstraining (MBSR) en dat doe ik onder de naam MijnKeerpunt. Mijn nieuwe site met trainingsaanbod is nu live: www.mijnkeerpunt.com

Hoe vaak ik in de toekomst trainingen MBSR ga verzorgen hangt af van mijn fysieke mogelijkheden. Het gaat mij niet om de hoeveelheid trainingen: ook al zijn het maar 2 per jaar. Wat ik graag wil is van betekenis zijn voor mensen: hen laten kennismaken met de helende werking van mindfulness, mijn positieve ervaringen delen. Zeker met mensen die worstelen met CPPS en andere chronische (bekkenbodem)pijnen. Maar ook podiumartiesten en anderen die te maken hebben met spanning en stress.

Fascinatie en verlichting

Bezig zijn met mindfulness en lezen over hoe pijn werkt en wat de neuro-wetenschappenlijke inzichten zijn, fascineert mij en helpt mij ook. Mijn orthopeed van de St. Maartenskliniek begon tijdens mijn bezoek verleden week over pijnmedicatie, maar toen ik vertelde waarom ik dat niet wil en waarin ik pijnverlichting zoek, had hij daar waardering voor. Overigens bleek uit de nieuwe foto’s van mijn scoliose in mijn onderrug dat de toename van de kromming wel mee valt. Gelukkig. Mijn orthopeed kan zich desondanks goed voorstellen dat ik regelmatig behoorlijke pijn in o.a. mijn onderrug, liezen en bovenbenen heb. De combinatie overactieve bekkenbodem en scoliose bewerkstelligt deze pijnen. Door de kromming in mijn rugwervel zoekt mijn lichaam voortdurend een balans. Dat heeft een negatieve werking op mijn kwetsbare spieren, weefsel en gewrichten in het bekken(bodem)gebied.

Hannes Meinkema

Dankzij een tip van een buurman hoorde ik afgelopen zondag op Radio 1 een interview met de schrijfster Hannemieke Stamperius, alias Hannes Meinkema. Zij heeft al 15 jaar een botziekte en heeft dagelijks veel pijn. Een aantal boeken van haar waren in de jaren ’70 / ’80 mijn favoriet: ze staan nog steeds in onze boekenkast.

Hannemieke slikt geen pijnmedicatie omdat haar specialist aangaf dat de bijwerkingen die ze zou krijgen van alle pijnmedicaties die ze dan zou moeten slikken, voor veel meer ellende zouden zorgen. Zij mediteert veel en dat helpt haar enorm. Of zij iets met mindfulness of boeddhisme heeft gedaan kwam niet ter sprake, maar door de wijze waarop zij in het leven staat, vermoed ik het wel. Een paar uitspraken van haar: “Pijn die blijvend en onvermijdelijk is, moet je niet weg willen hebben maar leren te omarmen.” – “De samenleving kan zeker niet omgaan met pijn; instinctief moet bij iedereen de pijn weg.” – “Pijn is een fantastische leermeester: je leert ten volle leven in het hier en nu.”

Wantrouwend

Zij deed wat mij betreft soms wat vergaande uitspraken, zoals de laatste, hierboven, Maar er was ook herkenning. Bv. toen ze antwoordde op de vraag hoe haar omgeving reageert op het feit dat zij altijd pijnen heeft en daarvan aan de buitenkant niets te zien is. Zij vertelde dat ze wel eens te maken kreeg met agressie in bv. winkels. Zij kan nl. niet lang stil staan; door de toename van pijn gaat ze dan onherroepelijk tegen de vlakte. Dus wanneer er lange rijen bij de kassa’s in de supermarkt staan, informeert zij de mensen en vraagt of zij voor mag gaan. De reactie is over het algemeen zeer onplezierig: mensen laten niet graag iemand voor gaan. Ze zien niets aan haar, zijn wantrouwend, hebben haast etc.

Haar verhaal raakte mij omdat ik toevallig enkele weken geleden even in de supermarkt was en veel pijn in mijn onderrug, benen en heupen kreeg. Ik stond in de rij bij de kassa en vroeg mij toen af wat ik zou doen als de rij op dat moment heel lang was geweest. Ik realiseerde mij op dat moment weer hoe lastig en beperkend deze aandoening is en ik voelde mij even heel eenzaam met mijn pijn.

Pijn omarmen?

Hannemieke heeft haar pijn, zoals zij zelf zegt, volledig omarmd. Op de vraag of zij eigenlijk nog wel een leven zonder pijn zou willen, gaf zij – na een korte aarzeling – (gelukkig!) aan dat zij natuurlijk wel een leven zonder pijn zou willen. Zij voegde er echter direct aan toe dat als zij terug denkt aan 15 jaar geleden zonder pijn maar ook zonder haar huidige levensinzichten, zij liever kiest voor haar huidige leven met pijn en met de opgedane levenswijsheid. Die uitspraak kan ik wel aanvoelen, maar ik spreek liever over proberen vriendschap te sluiten met de pijn i.p.v. omarmen van de pijn.

Pijn minder binnen laten komen

12 december 2012 2 reacties

Het is een soort lijfboek aan het worden: ‘Boeddha’s brein‘. Ik blijf erin lezen. Sommige hoofdstukken oeverloos opnieuw en opnieuw. Waarom? Omdat ik niet de gave heb om na 1x lezen de inhoud te kunnen reproduceren (ook niet na herhaaldelijk lezen, overigens …). Namen, titels en ook de inhoud van boeken, films e.d.; het is zo uit mijn geheugen verdwenen. Ik kan zelfs naar een bioscoop gaan in de overtuiging dat ik een bepaalde film nog nooit gezien heb, terwijl Gerard dan vertelt dat we ‘em al een keer hebben gezien. Ach, ik zit er niet meer mee. Het is goed om iedere keer opnieuw te starten met de geest van een beginner, zeggen ze bij Mindfulness 😉

Het steeds opnieuw lezen is omdat ik dagelijks pijn heb en het me helpt om meer inzicht te krijgen in lijden in relatie tot onze geest en hersenen. De schrijver zegt daarover: “Wanneer je de lichamelijke machinerie van lijden begrijpt, zul je het steeds meer gaan zien als een onpersoonlijke toestand, die uiteraard onaangenaam is, maar niet de moeite waard om erdoor van streek te raken – dat zou alleen maar voor meer ‘tweede pijlen’ (zie het bericht: Relatie met pijn veranderen) zorgen.” Ik kan dit beamen. Hoewel dat niet betekent dat ik door pijn niet van streek kan raken. Natuurlijk gebeurt dat. En dan kies ik soms ook graag voor ‘troostrijke acties’, zoals een reep pure chocolade kopen of uit eten met Gerard en/of lieve vrienden. Maar pijn raakt mij minder: het lijkt soms ‘verder van mij af te liggen’. Daarmee bedoel ik dat door het lezen over pijn in relatie tot de geest en de hersenen, de pijn niet meer altijd zo binnenkomt. Ik betrek het minder op mezelf. Ik denk vaker: “Ok, ik heb nu deze pijn en straks is het weer andere, mildere pijn of gaat het misschien weer voor een tijdje weg.”

Onderrug

Ik heb de laatste weken steeds meer pijn in mijn onderrug. Omdat ik betwijfel of dit alleen met mijn overactieve bekkenbodem te maken heeft, heb ik de revalidatiearts van de St. Maartenskliniek gebeld en gevraagd of er weer een foto van mijn rug (mijn scoliose) gemaakt kan worden. Dat is gebeurd en verleden week kreeg ik telefonisch de uitslag: de scoliose in mijn onderrug is in vergelijking met 2009 toegenomen. De pijn heeft daar zeker – in combinatie met mijn overactieve bekkenbodem (CPPS) – een relatie mee. De revalidatiearts verwijst mij door naar een orthopedisch chirurg.

Het is wrang. Om zoveel mogelijk pijn in mijn onderrug te voorkomen heb ik al die jaren mijn buikspieren goed getraind en aangespannen. Nu laat ik de buikspieren sinds 2 jaar noodgedwongen los, met als resultaat een verergering van de kromming in mijn ruggengraat en veel meer pijn in mijn onderrug. De spieren die als een harnas rond mijn rugwervel waren gespannen en de boel redelijk ‘recht’ hielden, zorgen er nu voor dat mijn ruggengraat ‘inzakt’. Ik hoop dat de orthopeed met een aantal goede tips komt om deze pijn wat in te dammen. Ik denk zelf aan Ceasartherapie en/of medische begeleiding bij mijn fitness. Want ook dat laatste gaat mij momenteel moeilijk af. Zo ook het wandelen.

Kennis en ervaring delen

Natuurlijk is in mijn opleidingsgroep (bij IvM, opleiding Trainer Mindfulness) mijn chronische pijn zijdelings ter sprake geweest. De groep wil graag meer weten over de werking van chronische pijn en dus ga ik de volgende opleidingsdagen (aankomend weekend) de groep daarover iets vertellen. Vind ik leuk om te doen; bloeit mijn voorlichtings- en docentenhart weer op. Daarna ga ik een week naar Drenthe voor mijn 2e stilteretraite. Ik kom vast ‘verlicht voor de kerst’ terug! 😉

Van vasthoudende naar loslatende wil

26 augustus 2012 1 reactie

Gelukkig heb ik de afgelopen week weer heerlijk ontspannen met ons hondje kunnen wandelen door het bos, naar een van mijn favoriete terrassen. Krant lezen, koffie drinken en weer terug. In mijn eentje intens genieten van ieder moment.

Het ging de laatste paar weken weer wat minder. Het is niet altijd makkelijk om te voelen waar de grens ligt, wat ik niet moet doen, ondanks dat ‘mijn handen jeuken’. Zowel op het terrein van werk als fysiek bewegen.

Dadendrang en wilskracht

De keuring voor WIA komt dichterbij. En ondanks dat ik nog niet kan werken, had ik in mijn hoofd dat ik over 1 à 2 maand wel weer een paar uurtjes in de week kan beginnen. In overleg met mijn werkgever wil ik dan beginnen te zoeken naar passend werk binnen of desnoods buiten ArtEZ. Los van of ik wel of niet gedeeltelijk word afgekeurd, wil ik zo graag – al is het maar voor een paar uur per week – blijven werken bij ‘onze’ kunsthogeschool. Ik heb genoeg capaciteiten en zie mezelf  functioneren in een coachende, begeleidende en/of docerende rol. De laatste weken heb ik mijn gedachten en handelen daarop gericht en zie nu in dat ik weer te hard van stapel ben gaan lopen.

Zo ook met sporten en bewegen. Het hardlopen op de lopende band ben ik binnen die 30 minuten gestaag aan het opbouwen: meer helling en een iets hoger tempo. Dat gaat prima. Dus besloot ik om te proberen buiten een kleine ronde te lopen. Tussendoor veel wandelen, niets forceren. Ik schrok van de eerste stappen die ik zette: hoe kwetsbaar en gevoelig voelden mijn benen, knieën en heupen. Maar ondanks het slakkentempo genoot ik van het ouderwetse, dynamische gevoel van binnen. Tegelijkertijd besefte ik dat de pijntjes die ik voelde mij wel erg bekend voor kwamen: dit voelde ik al jaren tijdens het hardlopen …

Door deze pijnen en stijfheid begon ik een aantal jaren geleden te twijfelen of ik wel moest blijven hardlopen. Ik ging voor controle van mijn scoliose in mijn rug naar het ziekenhuis. De 1e orthopeed suggereerde dat het misschien beter is voor mijn onderrug om minder gericht te zijn op soepel blijven. Door mijn rugwervels wat te laten ‘vastgroeien’ zou ik minder rugklachten hebben. Dit wilde ik niet horen, dus een second opinion aangevraagd. Gelukkig gaf de 2e orthopeed het antwoord dat ik wel wilde horen: voor jou is beweging belangrijk dus niet laten vastgroeien. Loop geen competitie, bepaal je eigen tempo en luister goed naar je eigen lichaam. Ik heb dus nog jaren hardgelopen, met dezelfde pijntjes en stijfheid. En nu besef ik dat ik misschien toch niet zo goed naar mijn lichaam heb geluisterd …

Te graag, te snel

Ik heb nu besloten om definitief mijn hardloopschoenen aan de wilgen te hangen. Dit ga ik mezelf niet meer aan doen. Waarom zou ik eigenlijk? Hardlopen op de lopende band is goed genoeg. Maar van binnen doet het pijn. En voelen dat ik ook over een langere tijd nog niet in staat ben om te werken, doet diep van binnen nog meer pijn.

Een paar dagen na mijn hardloopronde buiten heb ik puur op een impuls de lopende band in het sportcentrum iets harder gezet en in de laatste 3 minuten uitgeprobeerd wat mijn maximale tempo nu is. Het voelde wel een beetje zwaar, maar ik was voldaan! Maar dagen erna had ik weer behoorlijke pijn in mijn liezen en heupen. Die ouderwetse pijn die veroorzaakt wordt door een te hoge spierspanning in mijn bekkenbodem. Ik wil te graag … en ik wil te snel. Ik zet mijn wil geforceerd in en voel van binnen de druk om iets te doen. En zo ontstaat er innerlijke spanning die puur voortkomt uit het niet volledig loslaten en vertrouwen op mezelf, op de natuurlijke stroom.

Creëren, niet forceren

Mijn wilskracht en dadendrang: het heeft me gemaakt wie ik ben, me ver gebracht en tegelijkertijd genekt. Toch ben ik blij met deze twee eigenschappen. Ze anders inzetten misschien? Annemarie Postma inspireert mij in haar boek ‘Ziels Gezond’. Ze schrijft: “Veel dingen zijn niet naar onze hand te zetten. Soms gebeuren de dingen nu eenmaal gewoon en vaak kan onze persoonlijkheid het breder perspectief ervan nog niet doorgronden. Wat er op zo’n moment van ons gevraagd wordt, is onvoorwaardelijke aanvaarding en overgave. We hoeven geen afstand te doen van onze wil, maar onze manier van willen veranderen van een vasthoudende naar een loslatende. Als we merken dat onze vasthoudende wil ons niet leidt naar gezondheid, liefde, geluk en succes, dan geven we de teugels van onze wil over aan het universum. Creëren is namelijk iets heel anders dan forceren. Soms moeten we een beetje afstand nemen van onze wil en wensen om te kunnen zien en voelen wat het leven van ons wil. Aan het einde van de ‘maakbare weg’ ligt een weg die we maar gewoon hebben te gaan. (……..) Een weg voorbij de wil, maar wel onze werkelijke weg. Leren willen wat zich voordoet, in plaats van onze wil aan de realiteit op te dringen. Vaak denken we dat we zelf wel weten wat goed voor ons is, maar wat goed voor ons is en bij ons hoort is meestal precies datgene wat er in werkelijkheid plaats vindt.”

Interactie lichaam en geest

21 februari 2012 Plaats een reactie

Het gaat stap voor stap beter met mij. Ik kan nu zonder al teveel pijn ongeveer 2 km. wandelen, het zitten gaat beter en mijn bekkenbodem voelt op momenten duidelijk meer ontspannen aan. Het zijn maar korte momenten en kleine stapjes, maar ik ben er blij mee.  

Screeningsdag St. Maartenskliniek

Afgelopen week ben ik naar de St. Maartenskliniek geweest voor de screeningsdag. Ik heb 6 verschillende therapeuten, artsen gesproken. Wat mij opviel is dat geen van hen rechtstreeks aangaf bekend te zijn met een overactieve bekkenbodem, terwijl de onwetendheid in alle gesprekken duidelijk merkbaar was. Blijkbaar vinden zij het lastig of niet gepast om daarover open te zijn en zich oprecht vragend op te stellen. In sommige gesprekken legde ik de link tussen het overmatig aanspannen van buikspieren (ter voorkoming van pijn in de onderrug i.v.m. mijn scoliose) en mijn overactieve bekkenbodem. Daar werd niet op in gegaan. Ik dacht zelfs een geforceerd zwijgen te bespeuren. Was het ongeloof?

Het was duidelijk dat ik met mijn klachten een vreemde eend in de – orthopedische – bijt was. Vergeleken met de meeste revalidatiepatiënten kan ik nog veel doen om mijn conditie en fysieke gestel op pijl te houden. Ik mediteer, zwem, train in het sportcentrum, doe dagelijks lijfoefeningen, probeer te blijven wandelen en fietsen. Alles rustig, gecontroleerd en kortdurend, maar toch. Als al mijn activiteiten ter sprake kwamen, zag ik lichte verbazing. Waarom zit deze vrouw hier? Al met al voelde ik me een buitenbeentje en ik ging met een onbestemd gevoel naar huis.

Spanning – ontspanning

Toen ik enkele dagen later een brief ontving met het revalidatieplan bleek mijn onbestemd voorgevoel niet helemaal onterecht. In het plan werd mijn revalidatieprobleem als volgt omschreven: “Mw. is overmatig gericht op haar bekkenbodemspanning, waardoor zij handelt op basis van klachten en niet komt tot opbouw van activiteiten, zoals wandelen, zitten staan en fietsen.” Ik herken mij totaal niet in deze probleemomschrijving. Toen mijn bekkenfysiotherapeut het hoorde zei ze direct: “Jij bent niet overmatig gericht op de spanning van je bekkenbodem, maar juist op de ontspanning daarvan. Dat is een essentieel verschil. Jouw gerichtheid op ontspanning is juist heel goed en zorgt ervoor dat het steeds beter met je gaat.”

Door de wijze waarop mijn revalidatieprobleem is beschreven in combinatie met de zeer selectieve beschrijving van mijn persoonlijke factoren, doet vermoeden dat het team in de bespreking een rechtstreekse link heeft gelegd tussen een overactieve bekkenbodem en emotionele, psychische factoren. Zijn zij in de welbekende valkuil “het zal wel voornamelijk psychisch zijn” gekukeld?

Ik besef dat ik teveel invul. Het is moeilijk om niet meteen overal iets van te vinden, te oordelen. Ik neem me voor om niet direct te gaan handelen en alles eens rustig te laten bezinken. Mediteren helpt hierbij.

In gesprek

Voor mij staat overigens onomstotelijk vast dat er een interactie is tussen de geest en het lichaam. Ik weet dat onze denkpatronen en emoties een belangrijke rol kunnen spelen bij gezondheid en ziekte. Bewustzijnsmeditatie geeft hierin ook meer inzicht, dat heb ik ervaren. Naast de inzet van mijn bekkenfysiotherapeut heb ik eigenlijk zelf – door het lezen hierover en het mediteren – mijn helingsproces in gang heb gezet. Door dit diepere inzicht kijk ik anders naar mijn aandoening. Ik pas mijn toekomstige werken en mijn levensstijl aan, in het kader van gezondheid en lichamelijk welbevinden. De verantwoordelijkheid voor mijn eigen welzijn leg ik niet exclusief bij artsen en therapeuten, maar meer bij mezelf, bij mijn eigen inspanningen. Nou ja, ontspanning in dit geval 😉

Teleurstellend is dat het team van de St. Maartenskliniek deze probleemanalyse heeft opgesteld, zonder overleg met de enige echte deskundige op dit gebied: de  bekkenfysiotherapeut. Ondanks dat de revalidatiearts had toegezegd mijn bekkenfysiotherapeut hierin te betrekken en ik het belang daarvan in een aantal gesprekken tijdens de screeningsdag nog nadrukkelijk heb aangegeven. Ik zal dan ook aangeven dat ik, voorafgaand aan de start van mijn revalidatieprogramma, een gesprek wil tussen het behandelingsteam en mijn bekkenfysiotherapeut. Mijn evt. hulpverleners zullen zich moeten verdiepen in mijn aandoening.

Zingen en het onderbuikgevoel

4 februari 2012 Plaats een reactie

Wij mensen denken in oorzaak en gevolg. Het past bij onze neiging om alles te willen verklaren en beheersen. Ik leer nu ook dat ik deze vorm van denken moet loslaten. Mijn aandoening is zo grillig; er is geen touw aan vast te knopen. Bijvoorbeeld verleden weekend. Na een concert met Gloed in de Ooij kregen we een fantastisch diner aangeboden. Dat wilde ik me niet laten ontglippen, dus stretcher mee en maar hopen dat ik – tussendoor liggend – toch kon blijven eten. Uiteindelijk heb ik heerlijk gegeten en zelfs daarna zittend in de auto naar huis gereden (alcohol verdoofd ook, trouwens … ). Helaas zijn er nog teveel dagen dat ik – zonder enige aanleiding –veel spierspanning en dus pijn heb. Dat is de grilligheid van een chronische ziekte vertelde mijn bekkenfysiotherapeut; daar zal ik aan moeten wennen.

Het feelgoodhormoon

Ik heb wat afgezongen in mijn leven. Als kind zong ik – tot ver in de pubertijd – iedere avond in bed. De hele top 40 kwam voorbij. Tijdens het zingen schudde ik, op het ritme van de melodie, mijn hoofd heen en weer op het kussen; van links naar rechts, van rechts naar links etc. Totdat mijn moeder op de deur klopte en vroeg of het wat stiller kon. Ik zong in het meisjeskoor, tijdens de afwas samen met mijn broer, bij de gitaar van een vriend. Zonder dat ik het besefte heb ik ervaren dat zingen helend en ontspannend werkt. Het lucht op en geeft vrolijkheid.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat zingen heel gezond is. Het is een geweldige manier om je longen en hart te trainen. Je bloed gaat sneller stromen en je hartslag gaat omhoog. Je lichaam produceert endorfines, die zorgen voor een goed gevoel. Daarnaast verbetert het de longcapaciteit, de houding en verhoogt het de alertheid door een betere toevoer van zuurstof. Zingen zorgt voor stevige spieren van je buik en rug. Tja … daar zit bij mij dan weer de valkuil. Maar gelukkig lees ik dan ook dat zingen de productie van het hormoon oxytocine verhoogt, wat een pijnstillend effect kan hebben! 😉

Hoe dan ook: zingen en met elkaar musiceren is goed voor mij. Wanneer ik zing is mijn buik ontspannen, want met een strakke buik kun je niet zingen, dat weet iedere zanger. Met een ontspannen buik is je stem krachtiger en resoneert het gevoel dat je in de zang legt. Je lichaam wordt als het ware een verfijnd afgestemd instrument dat intentie weet om te zetten in vibratie en klank. Het is een heerlijk gevoel!

Zangoefeningen doen is momenteel wel lastig. Het lukt niet om met technisch gerichte oefeningen mijn buik en dus mijn bekkenbodem te ontspannen. Maar zonder zangoefeningen vooraf zijn alle holtes niet goed open en is mijn stem niet soepel genoeg. Het is dus nog een zoektocht hoe ik hier mee om moet gaan.

Het onderbuikgevoel

Ik besef nu wat ik door het krampachtig inhouden van mijn buik heb veroorzaakt. De belangrijkste reden was het voorkomen van onderrugpijn (door mijn scoliose). Maar ik vond een strakke buik ook simpelweg veel mooier. Nu zie ik in dat een gezonde en krachtige vrouwenbuik rond, zacht en soepel is. En ondanks dat ik altijd een sterke intuïtie heb gehad vraag ik mij af of ik – door mijn krampachtig ingehouden buik – wel genoeg bij mijn buikgevoel kon komen.

In het blad Happinez las ik een artikel over het boek ‘Angels in boots’ van Viram Wijnhoven (leraar oosterse bewegingsvormen en meditatie). Zijn boek gaat over het onderbuikgevoel. Die lichte sensatie die omhoog komt en je op subtiele wijze waarschuwt of in een bepaalde richting duwt. Vaak komt ons logisch verstand er tussen en constateren we achteraf dat we het wel wisten, maar niet hebben geluisterd naar deze boodschap.

Ik las dat volgens wetenschappers er in onze buik een ‘tweede brein’ zit – wat verklaart waarom onze buik zo wijs is. Onze beide breinen blijken precies dezelfde type neuronen te bevatten, waardoor ze niet alleen in staat zijn impulsen te ontvangen en te versturen, maar ook ervaringen kunnen onthouden en kunnen reageren op emoties. Wat westerse onderzoekers recent ontdekten, is oud nieuws voor de Chinezen. Vijfduizend jaar geleden wisten taoïstische genezers al dat we de onderbuik als een bewust brein kunnen gebruiken. Maar wanneer we te weinig vertrouwen op ons gut-gevoel, dan wordt de buik koud en raken onze hersenen oververhit.

Taoïsten draaien het dan ook om: ze beoefenen de kunst van een koel hoofd en een warme buik. Pas wanneer het vuur in de onderbuik brandt, kunnen onze ‘gewone’ hersenen optimaal functioneren. Contact met het tweede brein is zo belangrijk omdat dit de woonplaats is van onze intuïtie, onze raadgever. Taoïsten raden ons aan om bij het nemen van belangrijke beslissingen niet zozeer naar ons verstand te luisteren, maar naar onze buik. Onze verstandelijke vermogens staan dan in dienst van deze innerlijke raadgever en niet andersom, zoals zo vaak het geval is. Vanaf nu probeer ik te luisteren naar mijn buik.

Domme pech of eigen schuld

4 december 2011 Plaats een reactie

Ik dwaal regelmatig met mijn gedachten af naar ‘hoe-heeft-dit-kunnen-gebeuren’. Het is een soort verwerking, denk ik. Bijna filmische beelden over hoe ik mijn hele leven veel gebeurtenissen en ervaringen lichamelijk heb vertaald. Het letterlijk fysiek opslaan en vasthouden van de spanning die ik in mijn jeugd in ons gezin heb gekend. De concentratie op het aanspannen van mijn buikspieren om onderrugpijn i.v.m. mijn scoliose te voorkomen. De lichamelijke reactie na een stressvolle gebeurtenis vlak na mijn buikoperatie. Het waken op een rechte en fiere houding. Het bewust opvoeren van de spierspanning in mijn buik, omdat het mij hielp om ‘me staande te houden’ (minder last van mijn onderrug). Waarschijnlijk heb ik zonder het te beseffen een groot deel van mijn leven mijn buik en en dus ook mijn bekkengebied als steunpilaar, sterker nog als stutbalk, gebruikt. Dat ik dus ook – volkomen onbewust – ben gaan inzetten bij werkzaamheden en activiteiten waarbij de adrenaline door mijn lijf stroomt. Door enthousiasme en gedrevenheid of door stress en spanning.

Eigen schuld, dikke bult

En natuurlijk komt dan ook het ingebakken protestante schuldgevoel. Als ik niet steeds op zoek was gegaan naar nieuwe uitdagingen in mijn (werkende) leven, was de spanning in mijn bekkenbodem misschien beperkt gebleven. Ik zoek de spanning in mijn leven veel te veel op. Ben veel te streng voor mezelf, vraag teveel van mezelf. Ik ben me al jaren bewust van het idiote jachtige leven waarin we met z’n allen verstrikt zijn geraakt. Ondertussen doe ik er zelf hard aan mee. Niet zo erg als vele anderen, maar toch … Waarom ben ik niet op de rem gaan staan? Dan was het fysiek vast niet zo uit de hand gelopen.

Het zijn zinloze gedachten. Wat ik nu wel weet is dat ik voor het welzijn van mijn bekkenbodem en buik in mijn verdere toekomst teveel spanning en stress moet zien te voorkomen. Het roer moet dus om.

Doe-modus

Drukte en stress is langzamerhand geaccepteerd. We zijn doelgericht en streven naar veel: een goede baan, een gelukkige relatie, een mooi gestyled huis, interessante vriendenkring, bijzondere activiteiten en er goed uit zien. We denken de hele dag: ik moet nog dit, ik moet nog dat. Doodvermoeiend; het is veel te druk in ons brein. We zitten voortdurend in de doe-modus. En stiekum denken we dat het leven maakbaar is. Als je nu maar goed je best doet, positief denkt en hard werkt dan komt het goed. En als je gezond eet en goed sport is de kans op kanker veel minder groot. Vaak zeggen mensen dat je het geluk zelf moet veroveren. Dus bij domme pech, heb je de neiging om te denken dat het je eigen schuld is.

Zwakte

En als je – zoals ik – gevoelig bent voor wat anderen van je denken en er desondanks voor kiest om je kwetsbaarheid niet weg te moffelen, maak je het niet makkelijker voor jezelf. Want veel mensen vinden zwakte lastig. Afhankelijkheid en kwetsbaarheid al helemaal. En wij zijn geneigd om onszelf boven de zwakte en kwetsbaarheid van een ander te plaatsen. Onze mening klaar te hebben en te oordelen. Daarom speelt bij tegenslag diep van binnen die schuldvraag op. We voelen ons liever sterk en superieur.

Ik las onlangs de volgende uitspraak van de filosoof Alain de Botton: “We hoeven ons niet te schamen voor onze tegenslagen, maar slechts voor ons onvermogen om er iets moois uit te laten groeien.” En zo is het.

Fysieke kracht als motor

15 november 2011 Plaats een reactie

Ik realiseer mij hoe belangrijk fysieke kracht voor mij is. Nu ik niet meer kan hardlopen, fitnessen, mijn buikspieren niet meer aanspan en maar hele korte stukjes kan fietsen en wandelen.

Beweeglijk vechtertje

Als klein kind was ik beweeglijk en ontpopte mij al vroeg als een vechtertje. Letterlijk en figuurlijk. Ik deed als 8-9 jarige mee aan hardloopwedstrijdjes rondom het pleintje waar wij woonden. Een klein meisje tussen grotere, oudere jongens. En ik moest en zou winnen, ook al stortte ik na de wedstrijd bijna neer. Ook klom ik in lantarenpalen. En ging het gevecht met een jongen aan wanneer ik hem oneerlijk of gemeen vond. De verlammende werking die waarschijnlijk uit gaat van een meisje in gevechtshouding, zorgde er voor dat de jongen meestal afdroop. Ik zwom graag als kind. En in mijn tienerjaren was ik niet weg te slaan van de dansvloer; lekker swingen tot in de late uurtjes.

Eenmaal op kamers in Nijmegen ging ik op zelfverdediging. Ik wilde mij ’s nachts niet zo bang voelen, wanneer ik alleen naar huis fietste. En later ging ik voetballen. Het leukste vond ik slidings maken, maar dat mocht helaas niet bij het vrouwenvoetbal. Iedere kans die ik kreeg om met mannen mee te mogen voetballen, greep ik aan. Ik was geen goede technische voetballer, maar wel fanatiek en snel. Als linksback was ik niet zo makkelijk te passeren. Waar ik echt goed in was? In ‘handje drukken’. Van vrouwen won ik altijd. En menige man had grote moeite om mijn arm omlaag te drukken. Daar genoot ik van; dat was mooi.

Souplesse

Ouder en wijzer verdween de behoefte om mezelf fysiek te doen gelden. Het sporten bleef. Al bijna 30 jaar heb ik aan fitness gedaan en hardgelopen. Soms met korte onderbrekingen, maar ik pakte het altijd weer op. Door mijn scoliose kreeg ik in de loop der jaren steeds meer rug-, schouder-, nekklachten. Ongeveer 15 jaar geleden ben ik begonnen met lijfoefeningen doen; iedere ochtend ± 20 minuten rek- en strekoefeningen. Het sporten en bewegen kwam meer en meer in het teken te staan van souplesse en niet zozeer kracht. De combinatie lopen, fitness en dagelijkse lijfoefeningen hielden mij gevoelsmatig ‘op de been’. Daarvoor discipline opbrengen is in dat geval makkelijk.

Nieuwe horizonnen

De kracht uit mijn lichaam is weg, zo voelt het. Ondanks dat ik nog steeds dagelijks mijn lijfoefeningen doe, geconcentreerd fitness en zwem. Ik betrap mezelf soms op het meer in elkaar zitten; minder rechtop, minder rechte schouders. Daar schrik ik van, want een goede houding vind ik belangrijk. Doordat ‘het harnas’ van mijn buikspieren is weggevallen, voel ik me kwetsbaarder. Ik mis dat krachtige gevoel ik mijn lijf en het maakt me soms verdrietig. Daar tegenover staat dat ik simpele bewegingen intenser beleef. Zoals de geconcentreerde lijfoefeningen en het rustige zwemmen in de sauna. Dan hoor en voel ik het water kabbelen langs mijn lijf en zie prachtige lichtschitteringen in het water. Dat bijna meditatieve zwemmen en die trage lijfoefeningen bieden onverwachte nieuwe horizonnen.